|
Absint
http://20six.nl/absint
mogelijk gemaakt door 20six.nl
|
De leugens van de zonen van Abraham, deel 2
Moslims en “Judeo-Christenen” hebben het er maar druk mee, dag-in dag-uit elkaar voor rotte vis uitmaken en ongefundeerde claims doen over wie nu weer de “superieure” beschaving c.q. cultuur heeft. Met droge ogen beweren onze zelfbenoemde “intellectuele leiders” in dit politieke debat de grootste onzin, en die onzin komt van beide kanten. Helaas hanteert bijna niemand het historische lange-termijn perspectief om die onzin door te prikken. In dit drieluik doe ik een poging, door me op drie claims te richten die het fundament vormen van de positie van de “Judeo-Christenen” in dit debat. Deze zijn:
- “De Europese Beschaving is au fond Judeo-Christelijk”
- Er bestaat een onoverbrugbare kloof tussen “De Islam” en die “Judeo-Christelijke Beschaving”
- Het Westen is de uitvinder van en enige rechthebbende op concepten als “atheïsme” en “religieuze tolerantie”
Vandaag deel 2, over de claim:
“Er bestaat een onoverbrugbare kloof tussen “De Islam” en die “Judeo-Christelijke Beschaving”
Stel: we doen alsof er wel zoiets bestaat als een Judeo-Christelijke beschaving. De mensen die roepen dat “De Islam” en “De Judeo-Christelijke beschaving” wederzijds exclusief zijn, moeten aantonen dat er een onoverkoombaar verschil bestaat tussen de beide “beschavingen”. Anders gezegd, mensen als Wilders moeten aantonen dat “Judeo-Christenen” van Venus komen, en Moslims van Mars, dat ze een geheel andere taal spreken en dat inderdaad “never the twain shall meet”, zoals Rudyard Kipling al eens verzuchtte.
Om te kunnen onderzoeken of die claim klopt, moeten we eerst een aantal dingen weten. We moeten weten wat de definitie van “een beschaving” is. En vervolgens moeten we weten wanneer er precies sprake is van een onoverbrugbare kloof tussen beschavingen. Het antwoord op de vraag wat een beschaving precies is, komt van Samuel Huntington. Dat is de man die de term “Clash of Civilizations” heeft bedacht. Hij definieerde beschaving als: "the highest cultural grouping of people and the broadest level of cultural identity people have short of that which distinguishes humans from other species." Huntington definieert “beschaving” dus als de grootste culturele groep met welke je jezelf identificeert, net één treetje onder de groep “de mensheid als geheel”.
Dat is een definitie waar we goed mee kunnen werken. Alleen is er direct al een probleem. Als het begrip “beschaving” namelijk een kwestie is van “cultuur”, dan kan er per definitie nooit een onoverbrugbare kloof tussen beschavingen bestaan. Dat komt omdat cultuur een subjectieve ervaring is, en voortkomt uit een sociaal proces. Sociale wetenschappers noemen “cultuur” een “sociale constructie”: het bestaat omdat jij gelooft dat het bestaat, er naar handelt alsof het bestaat, en door je alledaagse doen en laten, maak jij dat het bestaat. Let wel: sociale constructies kunnen in zekere zin net zo reëel zijn als de zwaartekracht om ons heen of de zuurstof die we nodig hebben om te overleven. Het essentiële verschil tussen “natuurlijke feiten” en “sociale constructies” is dat sociale constructies door mensen gecreëerd en daarmee ook manipuleerbaar zijn. En dat betekent dan weer dat ook de kloof tussen culturen net zo manipuleerbaar is als de culturen zelf. In andere woorden: de kloof tussen beschavingen is zo groot als we zelf willen geloven dat deze is.
Een mooi en relevant voorbeeld van dit proces is de creatie van “nationale identiteit”. Had je in de Renaissance iemand gevraagd wat hun voornaamste culturele identificatie was, dan zou hun antwoord allereerst de stad of de regio zijn waar ze vandaan kwamen, en “religie” slechts een verre tweede. Zo voerden de Venetiërs lustig oorlog tegen de Milanezen, en de Hollanders tegen de Westfriezen. Dat hele idee van “De Italiaan” of “De Nederlander” is eigenlijk pas tot volle wasdom en uitdrukking gekomen aan het einde van de negentiende eeuw, en het begin van de twintigste eeuw. Sterker nog: in Nederland zou je kunnen zeggen dat die Nederlandse identiteit pas na W.O. II is ontstaan. Vóór die tijd was Nederland een klein Hobbit-landje naast Duitsland, waar Katholieken, Protestanten, Liberalen en Communisten naast en vooral langs elkaar leefden in compleet verschillende identiteiten, die toevallig wél allemaal Nederlands spraken. Pas na de bezetting door een buitenlandse macht, de ontkerkeklijking en de komst van de televisie vond de verzuiling plaats, en begonnen we onszelf steeds meer en meer als “Nederlander” te zien.
Kortom, cultuur is per definitie een sociaal proces. Hoe groot de kloof is, is een kwestie van je eigen perceptie. Maar de oorzakelijke factor ligt dus bij de subjectieve keuze die iemand maakt, niet bij “de cultuur zelf”. En net zoals uiteindelijk West-Friezen en Noord-Hollanders elkaar toch zijn gaan zien als lieden van het grotere "Nederland", zo kan het ook mogelijk zijn voor Moslims en Christenen om elkaar te zien als lieden van één en dezelfde beschaving, in plaats van lieden van twee verschillende beschavingen. Toch, zo zullen Wilders-en-Huntington-adepten beweren, er zijn toch wel verschillen tussen culturen? En als die verschillen er zijn, dan kunnen die verschillen toch bijdragen aan hetzij verwijdering tussen culturen, hetzij toenadering tussen culturen? En is het dan niet zo dat de Islam nu net allerlei verschillen bevat, die ervoor zorgen dat Moslims zich juist verwijderen van die “Judeo-Christelijke beschaving”?
Dat kan. Maar dan moeten we ons afvragen of “De Islam” en “De Judeo-Christelijke beschaving” daadwerkelijk zo verschillen zijn. Ik denk van niet. Zowel “De Islam” als “De Judeo-Christelijke beschaving” baseren zich op “een heilig boek”. In die verschillende heilige boeken staan grotendeels de zelfde verhalen, over dezelfde figuren, met vrijwel dezelfde namen. Sterker nog, in een artikelenreeks van het dagblad Trouw (http://www.trouw.nl/islam) wordt aannemelijk gemaakt dat de Islam niet slechts verwant is aan het Christendom, maar een variant is van het Christendom. Het lijkt misschien een vreemde gedachte: de Islam die zich tot de rest van het Christendom verhoudt zoals bijvoorbeeld het Protestantisme, of de Katholieke Kerk, of de Orthodoxe kerk, of de Pinkstergemeentes uit de V.S. zich tot “Het Christendom” verhoudt. Maar de auteurs die Trouw citeert zijn niet de enigen die beweren dat de Islam van oorsprong een Christelijke sekte was (zie bijvoorbeeld http://en.wikipedia.org/wiki/John_Wansbrough).
Die link tussen Christendom en Islam komt ook in de Koran zelf naar voren. Zo lezen we in Soera 10:94 (“En als gij over hetgeen Wij tot u hebben neergezonden twijfelt, vraagt dan degenen die het Boek vóór u hebben gelezen. Inderdaad, de waarheid is van uw Heer tot u gekomen; behoor daarom niet tot de twijfelaars.&rdquo dat Moslims gerust bij Christenen en Joden kunnen aankloppen voor Eerste Hulp bij Interpretatieproblemen. Zoiets zou een Boeddhist nu nooit doen. Sterker nog, Moslims zien Mohammed juist als een directe opvolger van Abraham, Mozes, David en Jezus. Om het nóg mooier te maken, de eerste mens ooit die erkende dat Mohammed inderdaad een profeet was, en visioenen van God kreeg, was een Nestoriaans-Christelijke monnik met de naam Waraqah ibn Nawfal. Vooruit dan, de Islam claimt dat ze een nieuwe en verbeterde versie van het Christendom is, en dat zou een grond van vijandschap kunnen zijn. Maar welke houding zou die vijandschap meer in de hand werken: de Islam, die zichzelf als een iets betere uitleg van dezelfde boodschap ziet, of het Christendom, die een plicht tot bekeren kent en heilig gelooft dat alle mensen die geen Christen zijn, Moslim en Jood incluis, de eeuwigheid brandend in de hel zullen doorbrengen?
Kortom, die “onoverbrugbare kloof” tussen Islam en de “Judeo-Christelijke beschaving” is een bedenksel, een sociale constructie, iets wat de deelnemers aan dit debat zélf creëren en vormgeven door ernaar te handelen. Het frappante is: vanuit het perspectief van de Moslims zelf is er helemaal geen onoverbrugbare kloof, maar juist het tegenovergestelde: tussen de Islam en “het Judeo-Christendom” bestaat een hele duidelijke historische en spirituele continuïteit. En als Moslims niet de door Wilders zo veel betreurde verwijdering tussen Moslims en "Judeo-Christenen" creëren, wie creëert die kloof dan wel?
|
|
|
De leugens van de zonen van Abraham, deel 1
Moslims en “Judeo-Christenen” hebben het er maar druk mee, dag-in dag-uit elkaar voor rotte vis uitmaken en ongefundeerde claims doen over wie nu weer de “superieure” beschaving c.q. cultuur heeft. Met droge ogen beweren onze zelfbenoemde “intellectuele leiders” in dit politieke debat de grootste onzin, en die onzin komt van beide kanten. Helaas hanteert bijna niemand het historische lange-termijn perspectief om die onzin door te prikken. In dit drieluik doe ik een poging, door me op drie claims te richten die het fundament vormen van de positie van de “Judeo-Christenen” in dit debat. Deze zijn: - “De Europese Beschaving is au fond Judeo-Christelijk” - Er bestaat een onoverbrugbare kloof tussen “De Islam” en die “Judeo-Christelijke Beschaving” - Het Westen is de uitvinder van en enige rechthebbende op concepten als “atheïsme” en “religieuze tolerantie” Vandaag deel 1, over de claim: “De Europese Beschaving is au fond Judeo-Christelijk” Laten we eerst even doen alsof het samentrekken van het Jodendom en het Christendom géén gotspe is. Laten we even doen alsof de Christenen niet twee hele millennia lang er alles aan hebben gedaan het Joodse volk zwart te maken, te verguizen en uit te roeien, en laten we even doen alsof de pogroms van bijvoorbeeld London en York (1189 – 1190), die in onder andere Chillon, Basel, Stuttgart, Ulm, Speyer, Dresden, Straatsburg, Mainz (1348) en de velen die daarna volgen, zelfs gelegitimeerd door Maarten Luther himself, culminerend in Hitlers Holocaust, allemaal uitingen waren van broederliefde binnen de “Judeo-Christelijke beschaving” in plaats van allesverterende haat jegens die allochtonen avant la lettre. Als we die grote leugen aan onszelf kunnen verkopen, kunnen we dan hard maken dat “de” Europese beschaving “Judeo-Christelijk” is? Natuurlijk niet. Ik zal niet ontkennen dat het Christendom een zeer grote rol heeft gespeeld in de afgelopen twee millennia. Maar die twee millennia laten zich niet reduceren tot 2000 jaar gezapige, stabiele en vredige “Judeo-Christelijke” beschaving. Sterker nog, als je één label zou moeten plakken op de afgelopen 2000 jaar, dan zou dat label eerder “strijd tégen het Christendom” moeten zijn. Ga maar na: de Romeinen, aan wie wij een groot gedeelte van ons rechtssysteem te danken hebben, hebben zich met hand en tand verzet tegen dit nieuwe uit het Midden-Oosten komende, het Westen wezensvreemde geloof, totdat hun eigen keizer Constantijn als een omgekeerde Judas zich bekeerde tot dat on-Europese geloof. Na de val van het Romeinse Rijk voerden de van oorsprong Indo-Europese volkeren, met een van oorsprong vredelievende Indo-Europese religie, oorlogen tegen elkaar met als inzet: bekering tot het Christendom. Na de (wel vreedzame) bekering van de Franken ging deze “Christenen” vrolijk aan de slag met het uitmoorden van de heidense Saxen, met als hoogtepunt het Bloedgericht van Verden in 782. Later zouden de Germaanse volkeren onderling laten zien dat ze deze les van Charlemagne goed begrepen hadden: Olaf de Eerste voerde eigenhandig een beeldenstorm om achtereenvolgens de Noren en de Ijslanders met grof geweld te dwingen tot het Christendom. Het valt niet te ontkennen dat het Christendom na hevig verzet uiteindelijk het gehele Europese continent veroverd had. Maar de echte “clash of European civilizations” moest toen nog beginnen: de Renaissance. In dit licht is het interessant ons te herinneren waarom het unieke tijdgewricht van de 13e en 14e eeuw ook alweer de Renaissance genoemd wordt. Het is letterlijk de Wedergeboorte, de herontdekking van de verloren gegane klassieke Romeinse en Griekse werken. Die terugkeer van Hellenistische ideeën naar hun oorspronkelijke ontstaansgrond, waar het Christendom ze eertijds van verdreven had, zou het aangezicht van het Christendom voorgoed veranderen: de werken van heidense auteurs als Plato, Aristoteles, Euclides, Hippocrates, maar ook van Moslim(!)-auteurs als Averroës en Avicenna, allemaal droegen ze bij aan het intellectueel broeierige klimaat wat onder andere het humanisme en via het humanisme de Reformatie voort zou brengen. Het humanisme en de Reformatie zijn misschien nog te scharen onder de schaduw van het Christendom, maar een latere ontwikkeling die zijn intellectuele wortels kan traceren tot de Renaissance staat duidelijk apart van het originele Christendom: De Verlichting van de 17e en 18e eeuw. Kants sapere aude! (durf te weten!) was een regelrecht mes tussen de ribben van het nog altijd dogmatisch-totalitaire Christendom. Denkers van deze periode vertrouwden maar op één bron: het menselijk vermogen tot rationeel denken. De Bijbel werd in naam nog wel vereerd maar vele Verlichtingsdenkers “bekeerden” zich tot het atheïsme – dezelfde Verlichtingsdenkers die middels hun werken de basis hebben gelegd voor “onze” moderne democratie. Denkers als Rousseau, Locke en nog heel wat meer creëerden de intellectuele rechtvaardiging van de representatieve democratie die gebonden is de basisvrijheden van haar eigen burgers te respecteren. Het politieke systeem dat wij heden ten dage kennen is juist tot stand gekomen ondanks de religieuze intolerantie die het Christendom jegens Jan en alleman tentoon spreidde: zaken als scheiding van kerk en staat, respect voor fundamentele mensenrechten ongeacht de religieuze overtuiging van de persoon, de soevereiniteit van de natie-staat in haar eigen grondgebied (cuius regio, eius religio), allemaal zijn ze tot stand gekomen in het vijandige klimaat van het Christendom: ze zijn ontworpen om de toenmalige Christelijke oorlog tegen allen illegitiem te maken. De conclusie: het is een contradictio in terminis om te spreken over “onze” beschaving als een Judeo-Christelijke beschaving. Ten eerste hebben “wij Westerlingen” bijna 2000 jaar het Joodse volk de meest onuitsprekelijk afgrijselijke dingen aangedaan, en ten tweede is er onder diezelfde Westerlingen al bijna 2000 jaar lang sprake van hetzij strijd tegen, hetzij strijd binnen het Christendom. En tot slot, juist de waarden die iemand als Geert Wilders centraal acht voor onze democratische rechtstaat, waarden als “vrijheid van meningsuiting” en “scheiding tussen kerk en staat”, dat zijn allemaal waarden die juist tot stand zijn gekomen in weerwil ván die “Judeo-Christelijke beschaving”. De claim dat onze beschaving dus in de basis een “Judeo-Christelijke beschaving” is, is in het licht van onze geschiedenis een belachelijke claim.
|
|
|
Integratie van "de allochtoon" en de WRR
Afgelopen week bracht de WRR een rapport uit over “De Nederlandse Identiteit”, getiteld “Identificatie met Nederland”.Conclusie? “De” Nederlandse identiteit bestaat niet. Deze conclusie werd door onze conservatieve politici en critici gelijk naar de prullenbak verzonden als onrealistisch, ivoren-toren-werk en wat dies meer zij. Die conclusie is helaas te kort door de bocht: de WRR doet met dit rapport een zeer interessante en relevante bijdrage aan “het integratiedebat”. Die bijdrage negeren is niet alleen dom, maar ook schadelijk. Die bijdrage zit hem niet in de conclusie, maar in de weg die de WRR bewandelt op weg naar die conclusie. Al vanaf de eerste pagina’s maakt de WRR namelijk een belangrijk onderscheid. Zij delen het begrip “identiteit” als uitkomst op in drie verschillende manieren om tot die identiteit te komen: functionele, emotionele en normatieve identificatie. Ik licht deze begrippen eerst even kort toe voordat ik uitleg waarom het negeren van dit onderscheid het integratieprobleem alleen maar verergert. Functionele identificatie slaat op de identiteit die je ontleend aan het verrichten van gemeenschappelijke activiteiten. Zo kan iemand met trots zeggen “Ik ben hartchirurg”, maar net zo goed “Ik ben brievenschrijver voor Amnesty International” of “Ik kan heel goed darten”. Kern van dit proces is dat je je identiteit ontleent aan wat je doet. Emotionele identificatie is die identiteit die je ontleend aan je privé-sfeer, zoals je vrienden en familie. Zo kun je als Christen kerst vieren met je familie, of als atheïst genieten van twee verder betekenisloze vrije dagen, of je viert in plaats daarvan Chanoeka of Divali. Kern van dit proces is dat je je identiteit ontleent aan wat je deelt. Normatieve identificatie gaat over je visie op rechtvaardigheid in het publieke en politieke domein. Hoe ver mag vrijheid van meningsuiting gaan? Mag je iemand fysiek pijn doen wanneer ze jou met woorden beledigen? Hoe bloot moeten vrouwen over straat kunnen lopen? Kern van dit proces is dat je je identiteit ontleent aan wat je vindt. Het negeren van deze driedeling in het integratievraagstuk is dom, en wel omdat deze driedeling ons helpt om de problemen met integratie veel preciezer te definiëren. Net zoals je wilt dat een hartchirurg die jou opereert, eerst hele precies weet waar het probleem precies – Hartkleppen? Hartvaten? Hartspier?- zo wil je ook dat onze politici en opinieleiders heel precies weten waar ze het over hebben als ze zeggen dat er een probleem is met “de integratie met dé Nederlandse identiteit”. En de kern van het integratieprobleem zit hem natuurlijk vooral in het derde element: de normatieve identificatie van radicale imams die oproepen om homo’s van gebouwen te werpen, van fundamentalisten die filmmakers overhoop steken voor een in zijn ogen beledigende film, van blanke jongeren die de Hitlergroet brengen en alle mensen met een kleurtje met geweld uit dit land willen verwijderen. Het negeren van die driedeling is ook nog eens gevaarlijk, omdat onze conservatieve politici vaak oplossingen voorstellen die niet de normatieve, maar de emotionele identificatie aanpakken. Het verbieden van het bezit van twee paspoorten, het verplichten van het kennishebben van de Nederlandse canon, het verplicht vermengen van witte en zwarte woonwijken (een plan waarmee de zogeheten “linkse” SP de PVV keihard rechts inhaalde), allemaal raken ze onterecht de “sense of belonging” van “de allochtoon”. Deze plannen raken de eerlijke Marokaan die dag-in, dag-uit de zegeningen van de democratische rechtstaat telt, maar wel graag Ramadan uitoefent en elke vrijdag de in het Arabisch prekende Imam bezoekt, net zo hard als de radicaliserende straatjochies die geen letter van de Koran hebben gelezen maar uit pure onvrede zich aangetrokken voelen tot het fundamentalisme. Ze raken de hardwerkende Hindoestaan die op het werk perfect Nederlands spreekt, maar thuis onder het eten van Sattvic-eten met zijn gezin het nieuws uit Suriname en India bespreekt wél, maar ze raken de racistische taal uitslaande, Holocaust-verheerlijkende Stormfronters die met plezier en groot enthousiasme diezelfde Hindoestaan zouden vermoorden en zijn dochter verkrachten vanwege hun huidskleur, juist niet. Het gevolg? Simpel: als je als “allochtoon” niet eens meer legitiem je eigen geloof, je eigen taal, je eigen geschiedenis mag delen met je eigen familie en vrienden, terwijl je tegelijkertijd wel vierkant achter de democratische rechtstaat hebt gestaan, dan begin je een afkeer te krijgen van die “democratische rechtstaat”. Je ziet dan dat die “democratische rechstaat” vooral de rechten respecteert van iedereen die Nederlands spreekt, spruitjes, bloemkool en te gaar gekookte aardappelen eet, en terugverlangt naar de tijd dat heel Nederland als volledig blank land de halve wereld in een afgrijselijke wurggreep van kolonialisme en slavernij hield – maar niet die van jou. Je ziet kortom, dat die democratische rechtstaat die je gevraagd wordt te respecteren, helemaal niet zo democratisch of rechtstatelijk ís. En daarmee verlies je dus die zo kostbare en kwetsbare normatieve identificatie. Ondoordacht integratiebeleid kan dus juist leiden tot méér radicalisering, in plaats van minder. Deze belangrijke conclusie kun je alleen maar trekken na het zorgvuldig lezen en serieus nemen van het WRR-rapport. Iedereen die dit rapport naar de prullenbak heeft verwezen vormt een bedreiging voor onze democratie, omdat ze weigeren secuur en nauwkeurig na te denken over dat oh zo belangrijke integratievraagstuk.
|
|
|
Is de Islam écht zo belabberd? deel 2
In mijn vorige post gaf ik een voorbeeld van een Moslim-heerser die eigenhandig een aantal waarden in zijn beleid uitvoerde die we tegenwoordig als “exclusief Westers” zouden willen bestempelen. Dat deed hij in een tijd (de zestiende eeuw) toen wij in het Westen nog vrolijk óf elkaar aan het uitmoorden waren, omdat we een klein beetje een andere kijk hadden op exact dezelfde Bijbel, of andere volkeren uitmoorden onder de overtuiging dat ze toch geen ziel hadden. Vrijheid van religie en gelijkheid van mensen zijn blijkbaar niet zo exclusief Westers. Maar enkele reageerders vroegen terecht hoe het dan in het nú zit. Is er dan in de tegenwoordige tijd niet een duidelijk verband tussen “Islam” en “gebrek aan politieke vrijheid”? Dat is een statistische vraag, die je door middel van statistiek moet beantwoorden – laat ik dat dan maar eens doen. Om die analyse te kunnen maken moet je eerst de onderzoeksvraag goed formuleren. Als ik dhr. Wilders goed begrijp, zegt hij dat er een direct verband zit tussen “de Islam” en “politieke onvrijheid”. Dat is nogal een zware claim om te maken: hij stelt vrij letterlijk dat “hoe meer Moslim iemand/een staat is, hoe minder respect voor de democratische rechtstaat”. Die stelling gaan we testen, met de onderzoeksvraag: “veroorzaakt de mate van Islamisering in een land de politieke onvrijheid in dat land?”. Voor ik aan de slag kan met statistieken, moet ik eerst een paar zaken helder uitleggen over mijn onderzoeksaanpak. Ten eerste: wat ik ga doen, is het volgende: ik ga van landen meten a) hoe sterk het een “geïslamiseerd” land is, en b) hoe “politiek onvrij” dat land is. Wanneer ik die meting heb gedaan, laat ik op die twee metingen een simpele regressieanalyse los. Een regressieanalyse is een statistische methode, waarmee je kan bewijzen of de ene variabele ook écht de oorzaak is van de andere. Iedereen die een beetje kaas heeft gegeten van statistiek weet dat zo’n analyse niet zo moeilijk is, en iedereen met een Excel-pakketje thuis kan ze zelf ook vrij simpel maken. Ten tweede: wat bedoel ik precies met “mate van geïslamiseerd zijn” en “politiek onvrij”? Hoe meet je die twee begrippen? Betreft de eerste, mate van geïslamiseerd zijn, dat meet ik als volgt: ik breng in kaart hoeveel procent van de bevolking Moslim is. Om te meten hoeveel procent dat is, gebruik ik de CIA als bron, namelijk via het CIA World Factbook, hier te vinden: https://www.cia.gov/library/publications/the-world-factbook/index.html. Is overigens een mooie site waar je écht gerust een vrije zondag op mag doorbrengen. Ik haal van die site twee gegevens: ten eerste, of Moslims de grootste groep zijn, en ten tweede, welk percentage van de bevolking dan Moslim is. Dat eerste wil ik weten omdat je natuurlijk niet kan verwachten dat “de Islam” een groot effect heeft op de politieke onvrijheid, als “de Moslims” niet eens de macht (in aantallen) hebben andere groepen te overheersen. Dat tweede meet ik om straks de stelling van Geert letterlijk te testen: zit er een één op één verband tussen “Islam” en “politieke onvrijheid”? Om “politiek onvrij” te meten maak ik gebruik van de zogeheten “Freedom House Index”, hier te vinden: http://www.freedomhouse.org/template.cfm?page=276. Freedom House meet al sinds jaar en dag de politieke vrijheid in landen en is wereldwijd dé autoriteit op dit gebied. Ze meten twee verschillende onderdelen: “Politieke rechten”, met een maximale score van 40 (dat is “goed” vanuit democratisch perspectief) en “Burgerlijke Vrijheden” met een maximale score van 60. Politieke rechten gaan over zaken als hoe democratisch de verkiezingen zijn en burgerlijke vrijheden gaan over persoonlijke vrijheden als “recht op organisatie” en “recht op vrijheid van meningsuiting”. Voor dit onderzoek meet ik politieke vrijheid als volgt: ik tel de scores op PR en BV bij elkaar op (de maximaal mogelijke score wordt dus 100), en ga die straks correleren met het percentage moslims. Ten derde: hier moet ik een technisch worden. Wilders zegt dat er een duidelijk verband zit tussen “De Islam” en “politieke onvrijheid”. Als ik dat in de statistische termen van een regressie-analyse vertaal, dan moeten we gaan kijken naar de zogeheten correlatie-coëfficiënt “R-kwadraat”. Voor de niet-statistici onder u: de correlatie-coëfficiënt is een cijfer dat varieert tussen de 0 en 1. Zit dat getal in de buurt van 1, dan is er een sterk verband tussen de beide variabelen. Is dat getal 0, dan is er helemaal geen verband tussen de beide variabelen. De hypothese die ik toets is gebaseerd op de woorden van Wilders. Nu weet ik niet precies welke theorie Wilders precies in gedachten heeft, maar hij zegt vrij stellig dat “De Islam” fundamenteel onverenigbaar is met “Politieke vrijheid”. Dat wil zeggen dat hij een zeer sterk verband verwacht te zien. Als ik zijn woorden letterlijk neem, dan zou ik dus een R-kwadraat moeten zien van 1. Nu is dat wel heel sterk: zo’n verband komt een statisticus in de praktijk bijna nooit tegen. Ik ben dus een beetje lief voor Wilders en zeg vooraf dat ik een R-kwadraat van 0,4 al een goede indicatie vindt van een verband tussen Islam en politieke vrijheid. Gaan we de regressie-analyse draaien. Ik draai die analyse op basis van de volgende gegevens: | Land | PR (0-40) | CL (0-60) | Totaal | %Moslims | grootste groep j/n | | Maldives | 11 | 23 | 34 | 100,00% | j | | Mauritania | 17 | 29 | 46 | 100,00% | j | | Saudi Arabia | 4 | 9 | 13 | 100,00% | j | | Somalia | 1 | 3 | 4 | 100,00% | j | | Turkey | 28 | 37 | 65 | 99,80% | j | | Algeria | 11 | 25 | 36 | 99,00% | j | | Morocco | 17 | 28 | 45 | 98,70% | j | | Comoros | 24 | 30 | 54 | 98,00% | j | | Iran | 10 | 13 | 23 | 98,00% | j | | Tunisia | 6 | 18 | 24 | 98,00% | j | | Yemen | 14 | 19 | 33 | 98,00% | j | | Iraq | 11 | 11 | 22 | 97,00% | j | | Libya | 1 | 7 | 8 | 97,00% | j | | Pakistan | 11 | 24 | 35 | 97,00% | j | | United Arab Emirates | 8 | 17 | 25 | 96,00% | j | | Djibouti | 12 | 23 | 35 | 94,00% | j | | Senegal | 33 | 43 | 76 | 94,00% | j | | Azerbaijan | 10 | 22 | 32 | 93,40% | j | | Jordan | 14 | 28 | 42 | 92,00% | j | | Egypt | 7 | 20 | 27 | 90,00% | j | | Gambia | 17 | 31 | 48 | 90,00% | j | | Mali | 30 | 44 | 74 | 90,00% | j | | Syria | 1 | 8 | 9 | 90,00% | j | | Tajikistan | 8 | 20 | 28 | 90,00% | j | | Afghanistan | 17 | 18 | 35 | 89,00% | j | | Turkmenistan | 0 | 1 | 1 | 89,00% | j | | Uzbekistan | 0 | 3 | 3 | 88,00% | j | | Indonesia | 30 | 35 | 65 | 86,10% | j | | Guinea | 9 | 23 | 32 | 85,00% | j | | Kuwait | 19 | 27 | 46 | 85,00% | j | | Oman | 10 | 18 | 28 | 85,00% | j | | Bangladesh | 22 | 31 | 53 | 83,00% | j | | Bahrain | 16 | 20 | 36 | 81,20% | j | | Niger | 29 | 35 | 64 | 80,00% | j | | Qatar | 9 | 18 | 27 | 77,50% | j | | Kyrgyzstan | 16 | 30 | 46 | 75,00% | j | | Albania | 26 | 38 | 64 | 70,00% | j | | Sudan | 3 | 7 | 10 | 70,00% | j | | Brunei | 7 | 23 | 30 | 67,00% | j | | Malaysia | 19 | 29 | 48 | 60,40% | j | | Sierra Leone | 23 | 37 | 60 | 60,00% | j | | Lebanon | 17 | 34 | 51 | 59,70% | j | | Chad | 6 | 16 | 22 | 53,10% | j | | Burkina Faso | 17 | 36 | 53 | 50,00% | j | | Nigeria | 21 | 30 | 51 | 50,00% | j | | Kazakhstan | 10 | 22 | 32 | 47,00% | j | | Bosnia-Herzegovina | 25 | 39 | 64 | 40,00% | j | | Cote d’Ivoire | 5 | 16 | 21 | 37,50% | j | | Tanzania | 22 | 36 | 58 | 35,00% | j | Dat zijn bij elkaar alle landen waar Moslims de grootste groep zijn. Je ziet dat ze niet per sé in de absolute meerderheid (50% + 1) hoeven te zijn om de grootste groep te zijn: in landen als Tanzania en Ivoorkust zijn de bevolkingsgroepen zo onderling verdeeld dat je met 35% al de grootste kunt zijn. Moslims, het lijken net mensen. Maar wat komt er nu uit die regressie-analyse? Welnu, ik laat het u zien: | Gegevens voor de regressie | | Meervoudige correlatiecoëfficiënt R | 0,234118357 | | R-kwadraat | 0,054811405 | | Aangepaste kleinste kwadraat | 0,03470101 | | Standaardfout | 18,80281043 | | Waarnemingen | 49 | Zoals ik al zei, we gaan kijken naar de uitkomst op R-kwadraat. Als Wilders gelijk heeft met zijn theorie, dan horen we daar 1 te zien, zei ik eerder al. Ik zei echter ook al dat dat misschien een beetje vergezocht is, dus zei ik: laten we er 0,4 van maken: als R-kwadraat groter of gelijk is aan 0,4, dan kan Geert wel eens gelijk hebben. Maar wat vinden we voor een waarde bij R-kwadraat? 0,054811405 (voor de cijfervreters onder u, de significantie van dit cijfer bedroeg 0,105423008) U leest het goed: 0,055, afgerond naar boven. En 0,055, dat ligt wel heel erg dicht bij 0. En 0, dat gaf aan dat er geen verband is tussen beide variabelen. De conclusie is dus duidelijk: de “mate van Islamisering” vertoont géén verband met de “mate van politieke onvrijheid”. Nu moet ik eerlijk zijn: de reden dat geen enkele politicoloog een dergelijk onderzoek eerder heeft gedaan, is omdat dit onderzoek aan alle kanten rammelt. Één van de redenen: er zijn natuurlijk veel meer oorzaken van politieke onvrijheid. Zoals bijvoorbeeld analfabetisme, of Bruto Nationaal product in een land. En dat inzicht levert dan al weer een inzicht op: kan het niet zo zijn dat iets als “radicalisering”, of je dat nu als “Moslim” of “Communist” of “Neo-Nazi” doet, meer te maken heeft met je algemene socio-economische ontwikkeling? Maar dát is natuurlijk een argument dat Geert niet horen wil: socio-economische ontwikkeling als oorzaak betekent dat de Islam niet de oorzaak is. Sterker nog, als socio-economische ontwikkeling écht de oorzaak is, dan zou ons dat verplichten juist veel aan ontwikkelingssamenwerking te doen, iets waar Geert ook weer tegen is. De andere reden waarom dit onderzoek rammelt is omdat geen enkele onderzoeker het ooit in zijn hoofd zou halen om een onderzoek te doen naar “De Islam” als verklarende factor. Elke onderzoeker wéét namelijk er niet zoiets bestaat als “De Islam”. Die weet dat elk geloof uiteindelijk gemaakt wordt door de mensen die dat geloof hebben, en weet dat je altijd aardige mensen hebt, die toevallig Moslim zijn, en prima mee kunnen komen met de democratie, en dat je ook onaardige mensen hebt, die toevallig Moslim zijn, en zich verzetten tegen de democratie. De verklarende factor is de menselijke geest, en de menselijke capaciteit tot wreed en boosaardig gedrag, evenals tot verheven en goedaardig gedrag. Anders gezegd: een wetenschapper, iemand die is opgeleid en getraind in zuiver, nauwkeurig en helder denken, zou het nooit in zijn hoofd halen een dergelijke grove generalisering te gebruiken voor een onderzoek. Die weet van tevoren dat een claim als “De Islam is fundamenteel onverenigbaar met de waarden van onze democratie”. Als zelfs een amateur-statisticus als ik een dergelijke claim al kan ontkrachten, waar blijven de uitspraken van Geert Wilders dan?
|
|
|
Is de Islam écht zo belabberd?
Geert Wilders komt er maar weer mooi mee weg tijdens de Algemene Beschouwingen - álle Moslims afdoen als een groot kwaad voor onze democratie, en claimen dat de Islam in zijn kern onverenigbaar is met een democratische rechtsstaat. En onze overige politici blijven zoeken naar een goede manier van ermee omgaan. Ze blijven roepen dat het niet goed is te generaliseren, en dat ze "krachtig afstand" nemen van zijn bewoordingen. Dat roept bij mij een ongemakkelijk gevoel op: het is overduidelijk dat Wilders ontzettend grof generaliseert, en zo'n grove generalisatie zou makkelijk door te prikken moeten zijn. Maar dat gebeurt niet: de overige politici blijven hangen in abstracte oproepen om aardig te zijn tegen "onze minderheden". Géén inhoudelijke argumenten dus, waarom de Islam wél compatibel zou zijn met een democratische rechtstaat. Aangezien niemand anders het doet, gooi ik hier een balletje op wat de heren en dames politici met liefde van me mogen lenen. Zijn er voorbeelden te bedenken waarin een Islamitisch heerser beleid heeft gevoerd dat consistent is met een democratische rechtstaat? Het antwoord: ja. Ik pik er één voorbeeld uit: Keizer Akbar de Grote uit India, in de zestiende eeuw. U zult misschien zeggen: waarom een voorbeeld uit zo lang geleden? Mijn antwoord is simpel: in de zestiende eeuw werd Europe verscheurd door een godsdienstrijd, beginnend met Luther in 1517, verdergaand met een scheuring in 1531 van de Kerk van Engeland met de Katholieke Kerk, en nog veel meer. Dit leidde tot meerdere massamoorden, waarvan de Bartolomeusnacht in 1572 slechts de bekendste was. Tegelijkertijd waren de Europeanen bezig de Indianen in Amerika uit te roeien, zonder genade. Sterker nog, de heren intellectuelen moesten nog beslissen of de Indianen überhaput wel een ziel hadden! Europa was in die tijd dus zo intolerant als maar zijn kon. Vergelijk dat met het beleid van keizer Akbar. Hij was zelf een moslim, maar trouwde met een Hindu van de Rajput-kaste, die tijdens haar huwelijk gewoon Hindu bleef. Sterker nog, Akbar voerde een in Europa destijds ondenkbaar beleid uit: in zijn rijk dienden alle religies gelijk behandeld te worden. Of iemand nu Moslim, Hindoe, Farsi, Buddhist, Christen of Jood was, hoorde allemaal niet uit te maken. Akbar stak veel tijd in het actief bestrijden van ongelijkheid tussen religies, organiseerde debatten tussen verschillende religies en had zelf een gevarieerd team van adviseurs uit elke religie. Terwijl in Europa zelfs de maar matig van elkaar verschillende Katholieken en Protestanten elkaar uitmoordden, keuvelden de Moslims gezellig met de Hindoes, Buddhisten en welk ander geloof er ook maar te vinden was in India. Een andere reden waarom dit voorbeeld interessant is, is omdat Akbar dit helemaal zelf bedacht heeft: zonder enige "westerse" invloed bedacht de Islamitische Akbar dat het goed zou zijn andere religies op gelijke voet te stellen en op even goede manier te behandelen als zijn eigen Islam. Hoezo komt Wilders er dan bij dat "tolerantie" een uniek Westerse waarde is, als het juist een Islamitische keizer was die als één van de eersten, zonder invloed van het toen achterlijke Westen, handen en voeten gaf aan zo'n typisch Westerse waarde? Voila: één simpel voorbeeld dat de visie van Wilders ontkracht. Let wel: ik wil niet ontkennen dat er problemen zijn met bepaalde minderheden. En dat we daar zeker iets aan moeten doen, staat vast. Maar Wilders irritante generalisaties zijn niet de manier om dit op te lossen.
|
|
|
Begrijpend lezen
Hanie van Leeuwen, ooit lid van de Eerste Kamer, bindt vandaag naar eigen zeggen een nieuwe en belangrijke Politieke Strijd aan: die tegen "onduidelijk taalgebruik". Want wat is het probleem? Teveel Nederlanders lezen op een laag niveau. Sterker nog, 1,5 miljoen Nederlanders schijnen "laaggeletterd" te zijn. Dat wil zeggen dat ze wel letters herkennen als je het ze voorzichtig vraagt, maar in de dagelijkse praktijk analfabeet zijn. Tijd om er iets aan te doen, vindt Hannie: de overheid en alle anderen moeten "simpeler" communiceren. Ik walg van dergelijke onzin, dames en heren. Complex taalgebruik is een noodzaak! Hoe anders zouden baanbrekende en fascinerende filosofen hun ingewikkelde, doordachte en genuanceerde gedachtenstelsels uit de doeken moeten doen als ze zich moeten bedienen van "simpel" taalgebruik? Ik zie het al voor me: John Rawls "veil of ignorance" gereduceerd tot een burqa van kleinburgerlijkheid, Robert Nozick's "state of nature" omgesmolten tot een simpel "survival of the fittest" en Habermas' "Strukturwandel der Öffentlichkeit" verworden tot een "Franse en Engelse speeltuinen door de eeuwen heen". Onze werkelijkheid is nu eenmaal een complexe zaak, en om daar goed over te kunnen communiceren is complex taalgebruik essentieel. Trouwens: Hannie maakt ook een domme fout. Zij denkt namelijk: "als zinnen simpeler zijn, dan begrijpen mensen het beter". Dat is natuurlijk niet zo. Een zin kan nog zo simpel zijn, qua opbouw en woordkeus, maar nog steeds niet begrepen worden. De oorzaak is dan het begrip van de lezer. En hoe simpel een overheid ook communiceert: als het begrip er niet is, komt het niet aan. De overheid kan zich dan beter richten op het verbeteren van het basisonderwijs, zodat onze kinderen beter begrijpend leren lezen. Anders laten ze zich in de luren leggen door mooie praatjesmakers: mensen die zaken heel simpel kunnen voorstellen, met als enig doel om misbruik van je te maken. En Hannie zelf is daarvan een triest voorbeeld. Eventjes doorklikken op de website die ze lanceert, en het is duidelijk: deze actie is een reclamestunt. De initiatiefnemer is namelijk uitgeverij en trainingsbureau "Eenvoudig Communiceren" - een bedrijf dat tegen betaling maar al te graag overheden wil helpen "simpeler" te communiceren. Niks mis mee natuurlijk, zo'n promotiestunt. Sterker nog: mijn complimenten voor een goed bedrijfsconcept en mijn complimenten voor een goed in elkaar gezetten free publicity campagne, waar zelfs allerlei NGO's ook nog bij betrokken zijn. Maar Hannie heeft dat allemaal blijkbaar niet begrepen. Die snapt niet dat zij nu staat te preken om andermans kas te spekken, niet om een maatschappelijk probleem te verhelpen. Ik hoop voor haar dat er in haar contract in duidelijke termen staat dat ze een deel van de opbrengst krijgt.
|
|
|
[volgende pagina]
|