Absint
  Home
    De Voorkant
    Giacomo
    DebatMasters
    The Clash
    Absint over debatteren
  Info
  Archieven
  Gastenboek
  Contact

   Julius onthoudt ALLE debatresultaten in Nederland
   Marina
   Apura
   Open Democracy
   New Scientist
   business week spots blogs
   Warner Inspiration
   Science Magazine
   Kennis Link
   Technorati Profile
   foto's van absint
   Tulipani
   E-liner
   Persefone - Sirene van de Schemering
   Nature
   Anno...NU?
   Misspoes
   Hartmanspeaks
   Project Syndicate
   Adformatie
   Brooklyn Media Lab
   gartner research
   forrester research
   euraction
   CIA factbook
   bloempje007
   pros and cons van israel en palestina
   New nations
   Marketing Online
   Fijn Eten
   Quantum mechanica
   amsterdamcentraal. blognieuws uit De City.
   aldaily
   Jasper Boon doet het met de Volkskrant
   Electronation. In de gaten houden want electro is....lekkerrrrr
   kapteijn
   TWSTD. best goeie dj's hier.
   Bitterzoet. Bloedgeil.
   business nieuws

http://20six.nl/absint

mogelijk gemaakt door
20six.nl



Absint over debatteren

Debaters' ethiek

Na de moord op Theo van Gogh is eens te meer duidelijk: er is iets mis in Nederland.


Een radicale mening hebben en daar koste wat kost aan vast willen houden, dat wringt met de vrijheid van meningsuting en het publieke debat. Mensen die radicaal vasthoudend zijn in hun mening doen iets heel interessants: ze maken van hun mening een essentieel onderdeel van hun persoonlijkheid, en andersom. Hun meningen en hun persoonlijkheden zijn zo fundamenteel met elkaar verweven dat ze die twee niet meer los van elkaar kunnen zien.


Dat leidt tot ruzie zo gauw mensen meningen gaan uitwisselen: val iemand aan op zijn mening en die persoon voelt het alsof je hem of haar persoonlijk aanvalt. Vraag iemand naar waar ze dat vandaan halen en hij of zij reageert direct zeer defensief, omdat het voor die persoon te bizar voor woorden is dat je een dergelijke vaststaande en overduidelijke waarheid in twijfel kan trekken. Verkondig een tegengestelde mening en ontvang in plaats van een open discussie een doodsbedreiging, zo niet een aanslag.


Over wie ik het hier heb? Ik heb het hier over de doorsnee nederlander. Want hoewel radicale moslims natuurlijk een groots kwaad zijn en inderdaad bestreden moeten worden, kan de doorsnee nederlander eigenlijk ook niets met de vrijheid van meningsuiting. overal waar ik  kom en een politieke discussie aanga, krijg ik dezelfde reacties: ik word gezien als een vijandig iemand omdat ik iem,and vraag naar hoe ze bij een bepaalde mening gekomen zijn, een zure querulant omdat ik doorvraag of daar echt wel goede argumenten voor zijn, een arrogante zak omdat ik simpele, voor de hand liggende vragen stel waarop men eigenlijk het antwoord niet kan geven, omdat men dan weet dat dat antwoord in tegenspraak is met wat men wil vinden.


Daarom een uitleg over hoe de debater met zijn mening omgaat:


1. een goede debater heeft geen mening


Dat zei mijn eigen persoonlijke debatgoeroe Edard van Geuns eens. Ik las dat destijds als een heerlijk shockerende uitspraak, maar in de loop der jaren, waarin ik een beter debater werd, begreep ik meer en meer de zin van die uitspraak. Voor een goede debater is een mmening geen gegeven maar een proces. Een goede debater heeft geen mening maar is constant op zoek naar een mening.


Dat betekent concreet dat ik me er terdege van bewust ben dat de meningen die ik nu heb, ultiem persoonsgebonden en situatiespecifiek zijn. Dat betekent echter ook dat ik me realiseer dat mijn politieke overtuiging sociale consequenties heeft. Daarom is het belangrijk dat ik een 'goede' mening heb. Maar aangezien er geen enkele universele cirteria zijn voor wat een goede mening is, is er maar 1 manier om de 'goedheid' van die mening ontdekken: door haar houdbaarheid te testen.


Goede debaters doen er dan ook alles aan om de meningen die ze nu hebben te bekritiseren en te laten bekritiseren. Hoe meer kritiek op een eigen mening hoe beter, want hoe meer kritiek die mening kan weerstaan, hoe beter. En als er soms kritiek komt die de debater niet wil horen en niet kan weerleggen, dan weet de debater: hier heeft de ander een punt.


En dan geeft de debater ook makkelijk toe. Wanneer zijn of haar mening inderdaad gefundeerd blijkt op valse aannames of onduidelijke bewijsvoeringen, dan is de debater het aan zichzelf verplicht die mening te veranderen. Want een goede debater kan het debatteren niet laten en gaat continu met zichzelf het debat aan en vraagt zichzelf continu: maar waarom vindt je dat nou?


2. een goede boodschap is zo goed als ze verwoord wordt


Veel mensen denken dat voor mij als debater de vorm belangrijker is dan de inhoud. Dat is gelul. Goede debaters weten dat het onderscheid tussen die twee een kunstmatige constructie is, bedacht door mensen die zelf niet mooi en vooral effectief kunnen verpakken wat ze vinden. Het is bedacht door mensen die de verantwoordelijkheid van het communicatieproces altijd bij de ander leggen, nooit bij zichzelf.


Een goede debater weet namelijk dat er iets aan de hand is als hij voelt dat hij gelijk heeft maar niet kan uitleggen waarom. Er ontbreken dan een aantal stappen en die stappen moeten eerst verduidelijkt worden.


 Tegelijkertijd weet de goede debater ook dat geen enkele boodschap aankomt als de ontvanger hem niet effectief verwoordt vindt. Dus een boodschap over AIDS-risico's komt niet aan als het niet in jouw taal geschreven is: of je nou een Afrikaan bent die een Engelstalige folder in de hand gedrukt krijgt of een Nederlandse tiener die van een preutse biologie-leraar een folder krijgt. Als ik wil dat jij mijn boodschap, oftwel mijn mening, overneemt, dan is het mijn taak er voor te zorgen dat deze begrijpelijk, helder en effectief wordt gemaakt volgens jouw, niet mijn criteria.


Deze twee rgeles staan aan de basis van een persoonlijke code van de debater. Deze code moet niet door de staat opgelegd worden: debaters maken die zichzelf door schade en schande eigen door telkens te testen wat wel en niet werkt voor wie en waarom. Elke poging van de staat om sociale regels als 'beledig mensen niet door aan godslastering te doen' tot wet te verheffen is ineffectief, want de individuen zelf leren dan niet waarom ze dat moeten doen.


Uiteindelijk functioneert vrijhied van meningsuiting als centrale functie in een democratie alleen als mensen er ook mee om kunnen gaan. Radicale moslims kunnen dat niet, maar Nederlanders ook niet.  

15.11.04 15:28


Bush, Kerry en het nut van debatvaardigheden

De wat breder geinteresseerde wereldburger heeft natuurlijk het presidentiele debat tussen Kerry en Bush gekeken. De verkiezingen in de VS zijn immers ook van cruciaal belang voor iedereen over de gehele wereld: niet alleen op het gebied van oorlog en vrede, maar ook op het gebied van de wereldeconomie is de keus die de Amerikaanse burger in November moet gaan maken essentieel.


De commentatoren in het buitenland, maar ook binnen de VS waren het er wel aardig over eens dat Kerry dit debat gewonen had. Maar hoe dat precies kwam, weet zelfs CNN niet.


Gelukig is dit 1 van die momenten waarop ik kan bogen op mijn debatexpertise. Ik heb namelijk een simpele verklaring waarom Kerry dit debat won: hij had, wat we in debaterstermen noemen, meer 'positive matter'.


Zoals u weet bestaat elk debat uit een voor- en tegenstander. In de meeste debatsoorten is het de bedoeling dat de voorstander met een plan komt om een probleem op te lossen. Hoewel in sommige vormen het ook is toegestaan om dat niet te doen maar over te gaan tot een zogeheten 'waardendebat', wordt het brengen van een beleidsplan ook daar aangeraden. Dat doen we omdat er dan meer controversieels is om over te praten, en omdat er ook meer concreets te bedebatteren valt. Over de vraag of God wel of niet bestaat ben je verassend genoeg vrij snel uitgeluld, terwijl de vraag of het nu wel of niet slimmer is seks voor het huwelijk toe te staan veel meer discussie met zich meebrnegt. En in dat debat kun je de vraag of God bestaat wel even terloops beantwoorden.


De tegenstander, zo denkt de in debatteren onbedreven nederlander vaak, hoeft niets anders te doen dan de voorstander met de grond gelijk maken. Alles vernietigen wat de voorstander goed en prachtig vindt. De debatmaagdelijke Nederlander beperkt zich dan vaak tot het roepen van :'maar wat een onzin!' en 'dat is toch niet uitvoerbaar?'. 


Maar dat is in de echte wereld niet genoeg, en wij bedreven debaters weten dat ook. Je moet als tegenstander namelijk niet alleen maar roepen dat een plan onzin is, je moet ook een positieve argumentatie ertegenover stellen die uitlegt waarom dat onzin is. Als tegenstander heb je een andere visie op de wereld, een andere mening over wat precies wat veroorzaakt en waarom bepaalde dingen wel en niet goed zijn. Je doet er verstandig aan om dat ook vooral duidelijk te maken in je beurt: je argumentatie wordt zo een stuk sterker omdat je jury ook een stuk beter begrijpt waarom je vindt wat je vindt. Hoe completer en concreter het wereldbeeld van een van beide partijen, hoe groter de winstkans. Dat is het idee van positive matter: dat je, zelfs als tegenstander, niet alleen maar afbreekt, maar ook opbouwt, nieuwe inzichten in de wereld om ons heen aanlevert in het debat.


Nemen we dit inzicht nu me naar het afgelopen Bush-Kerry debat, en dan zien we dat dit is waar Kerry gescoord heeft en waar Bush miserabel gefaald heeft. Als je Bush' speech in 1 zin zou moeten samenvatten, dan zou ik zeggen: Bush heeft gezegd dat Kerry vroeger wel eens van standpunt is gewisseld.  Daar zit geen enkele 'positive matter' in: dit wist de kiezer of had de kiezer zelf kunnen bedenken. Kerry's speech is samen te vatten als: hij legt uit waarom hij beter zou zijn in het buitenlandbeleid. Dit barst van de 'positive matter': zoiets leg je immers niet zomaar uit en voor velen was het ook nog onduidelijk waarom Kerry beter zou zijn.


En hier zit het rare: zelfs op het moment dat je vindt dat Kerry ongelijk heeft, zelfs als je gelooft dat hij het niet beter zal gaan doen dan tot nu toe gebeurd is, zelfs als je gelooft dat hij er in zijn analyse helemaal naast zit, dan nog geloof je dat Kerry gewonnen heeft. Dat komt namelijk omdat je brein nu moet kiezen tussen 'geen inhoudelijke argumentatie' en 'wel inhoudelijke argumentatie'. En aangezien niemand een persoon wil zijn die voor een presidentskandidaat kiest op basis van zijn zo doorzichtig inhoudsloze boodschap, kies je automatisch voor Kerry als winnaar voor het debat.


Bush zou er goed aan doen eens een cursus bij mij te volgen.   


 

4.10.04 13:54


De Netwerkmaatschappij en Overtuigingskracht

Mooi is dat. Claim ik op alle debatcursussen die ik geef dat vooral in onze hedendaagse netwerkmaatschappij het cruciaal is dat je over overtuigingskracht beschikt, bedacht ik me laatst ineens dat ik niet eens weet waarom dat zo is. Blij dat ik tot nu toe zulke volgzame en dociele advocaten, PR-officials en high-level ambtenaren heb gehad: ze hebben het nog nooit gevraagd!


Nu ben ik toch maar aan het denken geslagen en ik ben er uit. Al die keren dat ik dat onnadenkend beweerde had ik toch gelijk. Natuurlijk, want ik ben het. En eigenlijk is de redenatie heel simpel.


In een steeds complexere wereld waarin mensen een steeds groter aantal zoals dat zo mooi heet 'interdependenties' hebben, wordt het hebben van heel veel relaties steeds belangrijker. Met de juiste vrienden op de juiste plekken kan ik iedereen een stap voor zijn met - alles.


Dat het hebben van relaties een basis voor macht kan vormen zien we al bij Google: het principe van die zoekmachine is dat een site meer waard is, en dus waarschijnlijker eerder de site is die een zoeker  bedoeld met een zoekopdracht, wanneer deze vaker door anderen bezocht is. dat kun je onder andere meten door het aantal links wat er naar vraagt. Ook bij blogshares.com, een schitterend virtueel aandelenspel (ik heb al wat geld verdient met het handelen in pornosites, yeah baby), geldt het aantal links, 'relaties', als een weging van 'waarde'.


Maar hier komt de crux: het tellen van het aantal inkomende en uitgaande links alleen is natuurlijk niet genoeg. Net zoals het in het dagelijks leven niet helpt om te zeggen dat ik de portier van de Jimmy Woo vaagjes ken: pas een echt bevriende portier kan me naar binnen helpen, een vage kennis niet. Oftewel, de relaties die je hebt zijn niet alleen belangrijk in hun aantal, maar ook in hun kwalitiet. Hoe beter de aard van de relatie hoe meer waard je zelf wordt. En als je meer relaties hebt van goede kwaliteit, hoe meer waard je bent.


En hier komt overtuigingskracht bij kijken. Kijk, in een persoonlijke relatie heb ik er vrij weinig aan. Bijvoorbeeld als ik mijn vriendin (hypothetisch sinds een maandje - wie meldt zich aan?) ervan overtuig dat zij de was moet doen, tja, ach. Maar vooral in die zkaleijke connecties, en die vluchtige connecties aan de periferie van je netwerk is overtuigingskracht belangrijk: het leert je namelijk om jouw bodschap met een zo minimaal mogelijke impact over de vloer te krijgen. Het minste wat je eraan overhoudt is een onuitwisbare indruk.


Dus inderdaad, overtuigingskracht is cruciaal voor deze netwerkmaatschappij. Koop dus nu een cursus bij mij.


 

2.8.04 15:31


Huh?

Tja, hoe ik dat nu voor elkaar krijg. Ik deed afgelopen week mee aan de
DAPDI, een van de betere
trainingsweken die je kan krijgen in de debatsport in Nederland. Niet
geheel onverdiend nam ik plaats in de masterclass, al zeg ik het zelf,
en dat ging best lekker, los van twee schotten en twee duitsers.
Gezellig keuvelend met de meesterlijke Alex Betts kreeg ik wel de
indruk dat ik op zijn lijn zat. De lijn van winnaars, de lijn van
kampioenen. De lijn waarmee ik vanaf nu elk toernooi zou winnen...



Nou, niet dus. Het ging verdomd beroerd: ik werd tiende op een lijst
van in totaal 32 sprekers, terwijl ik kort daarvoor nog NK eloquentia
werd. De tutors hadden hun geld op mij gezet en ik stelde ze teleur. Ik
kreeg zelfs er een prijs voor uitgereikt: die voor meest achteruitgegane debater.



Waar lag dat nou aan? Aan mijn charmante partner?
Nou, ondanks dat ze larmoyant laag in de sprekersranking stond was de
smanewerking toch ook niet heel slecht...Aan dat chemische spul wat men
tijdens een dubbele body shot in me goot tijdens in de Bahia Beach
Club? Of die thanks but no thanks briljante cursus van  Alex Betts?



Wie het weet mag het zeggen. Ik vermoed echter dat het komt omdat ik
juist de laatste tijd zoveel ben bezig geweest met eloquntia, dat ik nu
het gevoel ben kwijtgeraakt voor de BP-stijl. En dat bevestigt maar
eens te meer mijn eigen overtuiging dat debatteren altijd een
subjectieve sport zal blijven. Wat voor de ene jury wel werkt in een
bepaalde vorm, werkt voor de andere niet met een andere vorm. Dat is
pech. ware grootheid bereitk men pas als men zich in elke vorm altijd
kan bekwamen. De rest der mensheid zal me dan kennen als verbale en
intellectuele hoer, maar die title draag ik dan met eer!



Dit houdt wel in dat ik u tot aan Oxford IV zal trakteren op stukken
over de BP-stijl. Laat ik die in mijn eerstvolgende stuk eerst maar
eens beschrijven, dan weet u waar ik het over heb. EN doe ook eens mee!

14.7.04 13:26


SURPRISE! Strategie en tactiek in eloquentia

De voorzitter vroeg aan de voorstander, Fleur of ze wilde gaan staan om haar eerste beurt af te steken. De tegenstander, Wessel, stond ook op en deed alsof hij voorstander was.


De voorstander, Stijn,  noemt een plan om een probleem op te lossen en de tegenstander, Daniel, erkent het probleem maar vindt het plan niet sterk genoeg en komt direct met een veel radicaler plan.


De tegenstander Tijmen vindt t debat tot nu toe niet zoveel aan en slaagt erin een volledig irrelevant argument toch tot crux van het debat te maken.


Dit zijn drie voorbeelden van strategisch gedrag in een debat. Het zijn mischien de meest laffe en voor de hand liggende voorbeelden, maar niettemin, dit is strategisch gedrag.


Ikzelf waardeer dergelijk strategisch gedrag altijd in een eloquentiadebat. Waarom is dat zo mooi en hoe doe je het dan precies?


Ik vind het zo mooi omdat de kern van strategisch gedrag en de kern van levendig spreken exact hetzlefde is: een goede strategie verrast je tegenstander en sleurt hem mee in jouw plan van actie. Een goede spreker verrast je met haar argumenten en sleurt je mee haar...wereld in.  


Niet voor niets zeggen alle adviesboeken voor beginnende, ervaren en versleten commedianten, of het nu voor stand-up-comedy, het echte cabaret of iets er tussen in is, dat je je publiek eigenlijk en alleen maar mee krijgt als je juist niet doet wat ze verwachten. Als ze je clou al zien aankomen roepen ze hem voor je uit en dan ga je eraan...


Dat verrassing de kern van strategie is behoeft geen uitleg: niet voor niets liepen de Duitsers zo over ons heen want we zagen ze absoluut niet aankomen, destijds in 1974.


Maar hoe pas je dat nu toe in een debat? Eigenlijk is het heel simpel: je moet door middel van je strategisch gedrag laten zien dat je de regels van het debatspel niet alleen kent maar dat je erboven staat. Dat het spel er is om jou te ren, niet andersom. Je moet het spel zo buigen naar jouw wil dat het de ander onmogelijk wordt om nog te spelen zoals ze het gewend zijn: in plaats daarvan moeten ze nu mee in jouw wereld, in jouw spel. En dat spel verliezen ze.


Maar hier heb je natuurlijk niet zoveel aan. Wat duidelijker: vraag je eerst af wat voor soort debat het debat tot nu toe is geweest. Is het een beleidsdebate geweest op alleen voor en nadelen? Is het een debat geweest waarin de voorstander t meeste materiaal inbracht, en werd het daardoor een serieus en zwaar debat?


Wanneer je voor jezelf hebt benoemd welk spel jij tot nu toe gezien hebt, vraag je dan af of je publiek dat ook zo ziet. Wat zien zij? Zij zien natuurlijk een debat, maar wat voor debat precies? Zien zij de zelfbenoemde debatprofeet Julius tegen zijn immer narcistische maar o zo volgzame partner Hannes?Of zien zij een Julius die probeert zijn wrok over het afgelopen toernooi nu te botvieren in een 1-op-1? Ga daarbij op je instinct af: het eerste antwoord is vaak de goede.


Als je dan weet wat voor spel jij ziet en als je weet wat voor spel je publiek ziet, dan kun je aan de slag. Het spel dat jij ziet is grotendeeld het spel zoals dat mede bepaald is door je opponent. het spel zoals je publiek dat ziet is het spel zoals dat gemaakt is door beide deelnemers. De volgende stap is nu afvragen wat voor spel jij precies wilt spelen, en tegelijkertijd, welk spel het publiek wil dat je speelt.


Als je daar eenmaal achter bent, dan ga je je strategie uitvoeren. je weet nu immers: welk spel jij tot nu toe ziet, zoals je opponent het wil hebben, welk spel het publiek ziet, welk spel jij het liefst wil spelen en wat het publiek voor spel wil. Je doel is om van het huidige spel zoals je opponent het wil spelen en het publiek het ziet te komen naar het debat zoals jij het wilt spelen en het publiek het wil zien. Daartoe is fysiek geweld daargelaten alles geoorloofd. Hoe doe je dat in het algemeen?


De eerste stap is benoemen wat je ziet. benoem het spel zoals het nu is. Vertel mij wat er gebeurt en hoe, in plaats van alleen maar de argumenten op te lepelen. Geef mij een waar oorlogsverslag, als een echt 'embedded journalist': dat ben je immers ook.


Op het moment dat je het spel benoemd hebt dan kun je het veranderen, door simpelweg het anders te gaan spelen. Door dat rapport wat je net geeft te benaderen vanuit een helikopterview. En die helikopterview is nou net de manier waarop jij het spel wilt spelen.


Gaat je tegenstander erin mee, noteer dan een pluspunt voor jezelf en verander onmiddellijk je strategie: het kan immers zijn dat hij of zij het van je gaat winnen op dit nieuwe veld. The best defence is not being there, zoals mr. Miyagi al zei in karatekid 1.


 


 


 

28.5.04 10:34


eloquentia: ZEN

GIsteren gaf ik een cursusje eloquentia voor Bonaparte, in het licth
van het komend eloquentia-toernooi op 5 juni in Amsterdam. U bent
overigens ook van harte uitgenodigd om te komen kijken of deel te
nemen: klik op de link 'bonaparte hoogh' en laat de website u verder
begeleiden.



Ik stelde in die cursus dat men al een stuk welsprekender kon zijn als
men als debater meer ZEN was en niet teveel gebruik maakte van de
G-SPOT. G-SPOT stond voor: Geest: Saaie Praat en Oude Truukjes, oftewel
de intellectualistische nitwitterij die debatteren nu soms kenmerkt.
ZEN stond voor Zintuigen, Emoties en Normen en waarden, en het
belangrijkste element van de cursus was dat je die ook in je
verbalisatie, dus je woordkeus, goed incorporeerde. In plaats van te
zeggen 'we houden op de CAP op dagelijske basis te implementeren' kun
je zeggen: 'we gooien de CAP ter plekke overboord!'. Door je
taalgebruik te doorspekken met deze vondsten wordt je betoog een stuk
leuker, want begrijpelijkerom te volgen. Sommigen van u hadden het wel
door maar eigenlijk gaf ik u een mini-cursusje NLP. Een kleinte maar,
en een klein beetje maar, en daarom is denk ik gister niet geheel
duidelijk geworden waarom en in hoeverre een dergelijke kleine
aanpassing in je taalgebruik al zulke effecten kan hebben op je
overtuigingskracht. Daarom even opnieuw, met een andere uitleg.



Allereerst: wij kennen de werkelijkheid niet direct. Wij mensen kennen
onze wereld alleen door de interpretaties ervan. Wij hebben allemaal
kaarten in ons hoofd en wij weten niet beter of die kaarten zijn de
werkelijkheid. Maar het blijkt in de praktijk dat sommige kaarten beter
werken dan anderen. mensen met een betere kaart doen het beter in het
leven: aangezien binnen eenzelfde maatschappij of socio-economische
positie iedereen ongeveer evenveel pech als mazzel krijgt, hangt de
mate van succes die jij ervaart in je leven helemaal en alleen af van
de kaart die jij hanteert om te navigeren in de wereld.



Die kaarten die wij hanteren bestaan niet uit woorden. We geven ze weer
in woorden ant dat is het systeem waarmee we met elkaar communiceren.
Maar als ik van mijn fiets val, dan denk ik niet in woorden: "ik val
van mijn fiets. Vanwege de zwaartekracht versnel ik nu richting grond.
De grond is hard, en als ik verkeerd val breek ik misschien iets. Dat
wil ik niet. Dus moet ik iets doen om de val te voorkomen. kan dat?
Nee. Dan moet ik iets doen om de val te verzachten. Kan dat? Ja..."

Tegen de tijd dat ik uitegdacht ben lig ik al in het ziekenhuis. Die
kaarten van onze werkelijkheid worden dus wel weergegeven in taal maar
zijn daarop niet gebaseerd. Om het in NLP_speak te zeggen: de taal is
de oppervlaktestructuur, maar niet de diepere structuur van onze kaart.



Die diepere structuur is gebaseerd op veel primairdere systemen. Het
eerste systeem waar het op gebaseerd is is het systeem waarmee we al
hebben leren denken vanaf dat we in de baarmoeder zaten: ons lichaam.
We leren de werkelijkheid modelleren met en via ons lichaam. Via onze
ogen, oren, neus, mond en huid leren we de werkelijkheid het eerst
kennen en zo begrijpen we de wereld dus ook.



Het tweede systeem is na 'het lichaam' het oudste systeem van de
wereld: de emoties. Zelfs krokodillen kennen hele basale emoties als
angst en verlangen. Emoties zijn waardeoordelen, vaak hele
instinctieve, vaak in een flist van een seconde gemaakt: 'dit is bah'
of 'oewww, lekker' zijn hele simpele emoties die vlugger ervaren worden
dan woorden ze beschrijven kunnen.



Het derde systeem is voor ons het nieuwste systeem: normen en waarden.
Principes. ZE zijn enigszins verwant aan emoties omdat ze ons een
waardeoordeel helpen verbiden aan de wereld: dit is niet goed, dit is
wel goed, dit is rechtvaardig, dat niet, enzovoorst. Die
rechtvaardigheids- en juistheidsoordelen komen ook vaak sneller dan
onze woorden, dan ons intellect en onze statistische analyses: iedereen
begrijpt waarom het oneerlijk is dat jij anders behandeld wordt dan ik
ook al zijn we verder in elk opzicht hetzelfde.



Het interessante is nu, dat wanneer je iemand wil overtuigen, je er het
beste aan doet om je aan te sluiten bij zijn of haar kaart van de
wereld. Dat kan op intellectueel niveau: door goede bewijslasten, door
goede theorieen, door scherpe analyses. Maar dat alles komt niet aan
als je het niet naar ons toe vertaald. Dat alles 'horen' we niet als we
het alleen maar zo droog gepresenteerd krijgen. Dat ales wordt wel
begrepen wanneer we diezelfde boodschap ook tegelijkertijd kunnen zien,
kunnen horen, kunnen proeven, kunnen voelen, fysiek als emotioneel,
wanneer die boodschap ons in hart en ziel raakt en wanneer die aansluit
bij de impliciete rechtvaardigheidsbeelden die ik heb.



Dit werkt zo ontzettend sterk dat men het effect niet meer durft toe te
wijten aan training en door jaren heen opgebouwd inzicht, maar puur aan
talent. Dit werkt zo sterk dat we het liever onzichtbaar willen maken:
we zeggen dat Pim Fortuyn een inspirerend spreker was omdat hij was wie
hij was, dat Ghandi iedereen meekreeg vanwege de puurheid van zijn
missie, dat Martin Luther King met hulp van God die gevoelige snaar
raakte. We willen kortom, die technienekn graag mystificeren, we willen
niet weten dat er techniek achter zit, en daarom weigeren we ook echt
te kijken hoe je ze precies zelf kan toepassen. Het gekke is dan dat
iedereen deze technieken wel kent maar als men ze eenmaal moet
toepassen, dan lukt het niet. EN dan zegt men weer: ik kan het nou
eenmaal niet...



Die mystificatie leidt er echter juist toe dat  men zich sneller
in de luren laat leggen. Neem Hitler als voorbeeld: walgelijke ideeen
maar eerlijk is eerlijk, een briljant spreker die niet op basis van de
standaard retorische truuks ('DE drieslag. DE alliteratie. DE 
claptrap. DE...) overtuigend werd maar die overtuigend werd omdat hij
regelrecht vanuit zijn zieke hart en ziel sprak. Zijn lichaam straalde
de kracht van zijn visie uit en dat betoverde een heel volk om met hem
mee te gaan. Niet omdat de Duitsers zo dom waren, niet omdat ze
inherent slecht waren. Maar simpelweg omdat ze niet door de
mystificatie heen wilden prikken.



Daarom adviseer ik alle Bonapartianen en ieder ander die
welsprekendheid wil leren om juist daar te beginnen wat tegelijkertijd
het makkelijkst en het moeilijkst lijkt: begin ermee om je communicatie
te doorspekken met ZEN-input. Spreken met en vanuit je lichaam, hart en
ziel, dat is het begin en eind van alle eloquentia.



Nu had ik de Bonapartianen  ook verteld dat er natuurlijk nog meer was. Dat waren:

Strategie en tactiek

Stijlfiguren: Metaforen, Narratieven

Koopman en Dominee: het kiezen van een eigen stijl

Publieks- en Boodschapsanalyse.



Deze elementen zal ik de komende tijd uitwerken met als doel om u
zoveel mogelijk middelen aan de hand te doen om het Nederlands
Kampioenschap Welsprekendheid te kunnen winnen. SUCCES!





PS: wat links:

 

over NLP



inschrijven voor het NK welsprekendheid
26.5.04 14:44


Eloquentia

'Ik herken porno wanneer ik het zie. En u meneer, u maakt porno!'. Aldus een rechter uit de VS in de zaak tegn, naar ik meen, Larry Flint. De rechter in kwestie weigerde te definieren wat precies porno was omdat hij er zelf een klip en klaar oordeel over had. Toch, in een rechtzaal dient men wel objectieve criteria te gebruiken, en niet zomaar de 'gut-feeling' van en rechter.


Debatterend Nederland staat nu voor eenzelfde probleem. Nee, niet elke debater komt bij mij thuis om te onderzoeken hoe perfide mijn collectie wanstaltigheden precies is, we staan voor een probleem dat vergelijkbaar is in aanpak, niet onderwerp. Debatvereniging Bonaparte heeft namelijk besloten om het Nederlands Kampioenschap Eloquentia weer tot leven te roepen. Eloquentia is een debatvorm waarin welsprekendheid centraal staat, en dat is nu net een ontzettend moeilijke zaak om te jureren: bepalen wanneer een spreker inspirerend en overtuigend spreekt is bij uitstek een zaak van het hart, niet van het hoofd.


Hoe moet men dan bepalen wie wint in een eloquentiadebat? Om dat te ontdekken moeten we eerst kijken naar de aanpak van onze jurering tot nu toe, waarom dat problemen oplevert met eloquentia, en dan welke alternatieven er zijn op basis van hetgene we willen meten.


De huidige manier van jureren past prima bij parlementair debatteren, of het nu brits of amerikaans is. De kern van deze manier van jureren is eigenlijk vooral kijken naar wat elk debatterend team doet: doet ze wat ze moeten doen gezien het debat? Daarbij speelt eerst de basale role-fullfilment een rol. Vervolgens komen lastiger zaken aan bod als bewijslast, bewijsprocedures, interne logica en coherentie van betoog, enzovoorst, enzovoorts. Zaken als structuur en presentatie spelen ook een rol, maar vormen vaak net niet de focus van een jury-uitslag.


In bastracte termen is de aanpak van jureren eigenlijk als volgt: per debat bepaalt een jury een ideaalbeeld van wat een team moet doen. Die regels worden geformaliseerd in reglementen voor rollenvervulling en bewijslast en derglijke, maar blijven deels ook intuitief. Maar bij het beoordelen van een debat vergelijkt de jury beide teams eigenlijk met dat ideaalbeeld en komt dan tot de conclusie dat team 1 gewonnen heeft omdat het het meest 'lijkt' op dat ideaalbeeld.  


Jureren van een eloquentiadebat kan niet met hetzelfde ideaalbeeld: iedereen is het erover eens dat een saaie maar technisch goede beurt in het parlementaire zeker kan winnen, maar in het eloquente minder kans maakt. We vervallen dan tot een ander manier van jureren: we vergelijken de beide deelnemers op een ad hoc basis, op hoe ze tegen elkaar afsteken.


We kunnen nu twee dingen doen: of we kunnen een poging wagen een ideaalbeeld te ontwikkelen van een ideale eloquente spreker, of we kunnen manieren bedenken om deze 'relatieve jureermethode' eerlijker te maken. Beide zouden een goede grond kunnen zijn, en misschien is het ook mogelijk om ze te combineren.


Maar wat is nu dan het ideaalbeeld van een eloquente spreker? Om dat te zien duik ik terug naar de debatgoeroe der debatgoeroes: Aristoteles. Die zei dat een goede spreker diende te beschikken over 'ethos, pathos en logos', en ook precies in die volgorde. Laat ik allereerst zeggen dat ik het vreemd vindt dat we in de tussentijd niet wat beters bedacht hebben dan die oude griek.En laat ik vervolgens zijn termen uitleggen met een modern jasje:


ethos is informatie over de spreker zelf, hoe het publiek de spreker ervaart: zien ze hem als vetrouwenswekkend, deskundig, betrokken bij de zaak of juist als een manipulator pur sang? Het gaat hier dus, in moderne termen, over de informatie die het publiek krijgt over de spreker als bron. De kwaliteit van die bron bepaalt hoe graag ik naa die bron luister. Vergelijk het met het stemmen op een partij: stel, ik ben Jan Marijnissen en een vage kennis van me stemt op de LPF. Dan ben ik, op basis van de broninformatie, geneigd te denken: 'oh, dat was toch een slome sukkel'. Maar wat nu als mijn vrouw ineens LPF gaat stemmen? Mits ik van mijn vrouw houd, ben ik geneigd er serieus naar te gaan kijken en mezelf af te vragen of er toch niet wat in zit.


dat raakt al aan het tweede element: de pathos. NLP'ers noemen dit 'rapport': Dat is de band met het publiek, of de spreker in staat is juist die emoties te raken die het publiek ook echt boeit. Hier staat dus de relatie tussen publiek en spreker centraal, en de kennis die de spreker heeft over het publiek. Ben ik in staat u vanuit uw leefwereld toe te spreken of niet? Of, zoals ik in mijn cursussen verkooptechnieken altijd vertel aan argeloze straatmanipulators in spe: bent u in staat om de ander zichzelf te laten overtuigen in plaats van diegene met geweld te overreden?


Het derde element is het element waar zowel debaters als nederlanders zich het meest mee vertrouwd voelen: logos, de logica en inhoud van een betoog. De Boodschap dus. Gek genoeg niet alleen de argumenten zelf, maar ook de structuur en ook de interne logica daartussen.


Opvallend is dat ethos voor pathos komt en pathos voor logos: dus eerst moet ik de bron vertrouwen, alvorens ik er een relatie me aankan gaan, en ik moet er eerst een vertrouwensband en relatie mee hebben alvorens ik uberhaupt de overtuigendheid van de boodschap zelf in overweging wil nemen.


Nu zeggen deze vage begrippen niets, en daarom zal ik nu proberen een simpel systeem op te zetten wat hanteerbaar is voor een toernooi en hiermee rekening houdt:


per spreker:


ethos: presentatie van de spreker:


basishouding en basisstand: win/verlies


gebaren: win/verlies


gezichtsuitdrukking: win/verlies


aandachtsverdeling/oogcontact: win/verlies


vocalisatie (tempo, ademhaling, toon, etc.): win/verlies


positieve verbalisaties: win/verlies


 


Toelichting: alle onderdelen behalve de laatste zijn de standaardonderdelen van presenteren. per onderdeel wordt een 1 toegekend bij winnen en een 0 bij verliezen: men vergelijkt op deze onderdelen de sprekers en bepaalt zo de winnaar. Diegene de meeste punten wint op dit onderdeel, heeft dus de meeste 'ethos'. Even betreffende positieve verbalisaties: dat gaat om het kiezen van een helder, visionair, enthousiasmerend, treffend en positief woordgebruik. Onderzoek laat zien dat en woordgebruik dat veel positieve associaties bevat als prettiger wordt ervaren en dus overtuigender. De reden waarom dit onder ethos staat is omdat die associatie loopt via de spreker: iemand die veel woorden als 'blij' en 'vrolijk' gebruikt wordt als persoon leuker evaren en daarmee ook als spreker.


Pathos:


strategisch identificeren en uitleven basisemotie betoog voor betoog: win/verlies


zintuiglijk en emotioneel taalgebruik: win/verlies


structuur: win/verlies


gebruik stijlfiguren: win/verlies


toelichting: elk betoog an sich in een eloquentiadebat kent een basisemotie. Zo kan men als prop in de eerste beurt veronwtaardigd beginnen, verbaasd zijn in de tweede en verheugd in de conclusie. Diegene die de basisemotie die strategisch het beste past bij die beurt het beste aanwijst en uitleeft, verdient het dit onderdeel te winnen (onder voorwaarde natuurlijk dat hij/zij dit het hele debat door doet). Zintuiglijk en emotioneel taalgebruik: daar bedoel ik niet mee dat taal plat moet zijn, maar begrijpelijk. Voor een ander uitleg verzoek ik de lezer een cursus NLP bij mij te kopen. Of google het even. Betreffende stijlfiguren: dat is de traditionele eloquentia: gebruik van vergelijkingen, metaforen, drieslagen, dat soort shit. We weten nu beter dan die zomaar te waarderen, ze werken juist vanwege het onderdeel ervoor, maar toch verdient een mooi gebruik ervan een puntje apart.


Logos:


rolefullfillment: win/verlies


bewijslast: win/verlies


hier staan we voor een moeilijke keuze. we kunnen, om het simpel te houden, ervoor kiezen om de rolefullfillment uit parlementair regelrecht over te nemen en daar gewoon een win/verlies punt voor toekkennen. We kunnen er ook voor kiezen om een eigen role-fillfillment te vinden voor eloquenia, zoals: het definieren van een stelling naar twee argumenten en vier bewijsvoeringen. Zoiets.


Bewijslast spreekt vanzelf: bewijst iedreen wel dat wat ze moeten bewijzen?


We hebben u dus een formulier wat de twee jureermethodes combineert: enerszijds valt hieruit een ideaalbeeld af te leiden, anderszijds vergelijken we de twee sprekers in een debat juist heel erg met elkaar. Door allerlei elementen op te breken in kleine sub-onderdelen kunnen we er gedetailleerder naar kijken en dit voorkomt dat we teveel op 'algehele impressies' afgaan. Het moge vanzelf spreken dat diegene met de meeste punten wint.


Dit formulier maakt op elegante wijze aristoteles inzicht bruikbaar: omdat er meer onderdelen zijn voor ethos, dan voor pathos en dan voor logos, kent elk onderdeel dus een soort impliciete 'zwaarte' goed scoren op presentatie is belangrijker dan goed scoren op pathos, is belangrijker dan goed scoren op inhoud. Dit neemt niet weg dat ze alle drie belangrijk zijn! De observatie van aristoteles was juist dat 'vorm inhoud dwingend maakt', oftwel, dat ze elkaar niet uitsluiten maar juist aanvullen.Daarom ook, als de punten gelijk verdeeld zijn, dan weegt winst op ethos boven pathos en die weer boven logos.  


Een bezwaar zou kunnen zij dat dit leidt tot een oneerlijke puntentelling: tegen een slechte spreker scoor ik meer punten dan tegen een betere spreker die net iets slechter is dan ik. Zo kan een middelmatige spreker meer punten sprokkelen dan een hele goede wanneer de eerste alleen maar hele slechte sprekers tegenkomt en de laaste alleen maar vrij goede.


Dit lost men op door de punten alleen te gebruiken om winst of verlies te bepalen: dus alles wat een debater overhoudt aan en ronde, is een w of een v achter zijn naam. De punten zijn dan niet mer relevant. Een systeem van powerranking, waarbij winnaars tegen winnaars gaan en verliezers tegen verliezers verzekert de maximale differentiatie tussen sprekers. Vooral bovenaan de lijst is dit cruciaal: het aantal overwinningen bepaalt immers wie in een finale komt of niet. Bij gelijke standen bepaalt de individuele match: als het goed is hebben de betreffende debaters al tegen elkaar gedebatteerd met dit systeem. Wie dan gewonnen heeft, gaat door.  


De beroepsdebater zal hier in eerste instantie weerstand tegen voelen. Die zal het vreemd vinden dat er gelet wordt op zaken waar anders niemand bij stil staat. Maar denkt u zich eens in: in die alledaagse situaties, op straat, in de kroeg, bij de kassa van de c1000, waardoor laten mensen zich dan overtuigen? Is dat door de scherpe en puntige analyses waarmee debaters nu toernooien winnen? nee. De man in de straat laat zich overtuigen door iets heel anders: hoe hij de persoon tegenover zich inschat, of die persoon een emotie bij hem oproept en dan pas door al het slims wat die persoon zegt.  


    

19.5.04 16:36


 [volgende pagina]




De auteur is aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inhoud van zijn of haar eigen weblog. neem een gratis weblog op 20six.nl!