Absint
  Home
    De Voorkant
    Giacomo
    DebatMasters
    The Clash
    Absint over debatteren
  Info
  Archieven
  Gastenboek
  Contact

   Julius onthoudt ALLE debatresultaten in Nederland
   Marina
   Apura
   Open Democracy
   New Scientist
   business week spots blogs
   Warner Inspiration
   Science Magazine
   Kennis Link
   Technorati Profile
   foto's van absint
   Tulipani
   E-liner
   Persefone - Sirene van de Schemering
   Nature
   Anno...NU?
   Misspoes
   Hartmanspeaks
   Project Syndicate
   Adformatie
   Brooklyn Media Lab
   gartner research
   forrester research
   euraction
   CIA factbook
   bloempje007
   pros and cons van israel en palestina
   New nations
   Marketing Online
   Fijn Eten
   Quantum mechanica
   amsterdamcentraal. blognieuws uit De City.
   aldaily
   Jasper Boon doet het met de Volkskrant
   Electronation. In de gaten houden want electro is....lekkerrrrr
   kapteijn
   TWSTD. best goeie dj's hier.
   Bitterzoet. Bloedgeil.
   business nieuws

http://20six.nl/absint

mogelijk gemaakt door
20six.nl



Giacomo

In Nomine Satanas XII: Wraakzucht

Ik was meer dan verbaasd met wie ik nu blijkbaar afgesproken had. Een schrijver. En een bekende ook. Sterker nog, op borrels en feestjes had ik wel eens met hem gesproken. Op het boekenbal nog, als ik het me goed herinner – en anders zag ik hem laatst in De Balie met een of andere discussieavond over het terrorisme. Diezelfde Balie waar we nu ook een capuccino zouden drinken.

 

Ik voelde me een beetje bekocht. Ik hoopte een jihad-strijder te vinden. Of één of andere wapenhandelaar die in allerlei duistere regionen van de wereld zijn waar verkocht aan beide zijden van het conflict, zodat beide zijden steeds maar om meer bleven vragen. Zo eentje die casually vermeldt dat hij vorige week nog in Trans-Dniëstrië is geweest.

 

Nee dus. Een Bekende Nederlandse Schrijver.

 

“Weer een verassing, Michel! Leer toch eens het onverwachte te verwachten!”

 

“Ehh..Ja. Maar… . Geef toe dat je me ook wel een beetje lokte – je zei dat je iemand voor me had die ontzettend veel met het terrorisme te maken had, en dus…” Ik liet me niet zo makkelijk bespelen. Niet altijd althans.

 

“Ga zitten. Kun je raden welke zonde vandaag de revue passeren zal?”

 

Ik rekende even terug. Tijd voor de vijfde. De vijfde was…

 

“Wraakzucht. Bijna op tijd. Ik belichaam vandaag voor jou wraakzucht. En in zekere zin ben ik Jihadist inderdaad. Een fundamentalist van het Vrije Woord. Ik strijd met woorden, want de strijd van Het Kwaad is een Woordenstrijd. De grote strijd in de Hemel waar ik deel van uitmaak, vecht ik met woorden.”

 

“Wraakzucht op wie?”

 

“Wraak op God, natuurlijk. Wiens strijd was dit ook alweer?”

 

“Ja, nou ja, maar wat heb jij daar mee te maken? Ik bedoel, je schrijft je boeken en je columns, je bevindt je nu in het veilige Amsterdam – Wat voor strijd is dat?”

 

“…”

 

“Nou?”

 

Ergens voelde ik irritatie. Ik wilde een lead. Ik wilde mijn werk. Ik wilde mijn leven. Ik wilde niet dat iemand een spelletje met me speelde, helemaal niet zo’n pretentieus mysteriespel als dit.

 

“Kijk eens. Je reactie nu doet me denken aan een oud Zen-verhaal. Ik weet de details niet meer precies – “

 

“Natuurlijk weet je dat wel. Je bent de Duivel. Je weet zo’n beetje alles!”

 

“Terecht, ik weet de details wel. Maar ik ben te lui vandaag om de schrijver die dit schrijft op te dragen die details op te zoeken. Dus je zult het hier mee moeten doen.”

 

“?”

 

“Laat maar, flauw grapje, gejat van Mulisch – uit zijn boek, archibald strohalm”

 

“O. Wat is het Zen-verhaal dan?”. Ik maakte ook een ‘mental note’ dat boek eens ergens op de kop te tikken. Zen kon mij verder niet zo boeien: mijn ex-vrouw Franka heeft het een tijdje geprobeerd en ze werd een beetje geïrriteerd van het de hele tijd maar stilzitten. Met yoga bewoog je intensief, in de Islam buig je nog wat voor Mekka, maar Zen was écht alleen maar doelloos stilzitten.

 

“Het gaat over een samurai die bij een priester komt en wil weten of de hemel en de hel bestaan. De priester antwoordt: “Jij, een samurai? Je zwaard is niet scherper dan een cocktailprikker en jij bent niet sterker dan een mug!” De samurai trekt zijn zwaard en staat op het punt de priester te onthoofden – de priester blijft kalm zitten en zegt: “Dit, dit is de hel”. De samurai snap het en gaat weer zitten, zichzelf kalmerend. De priester glimlacht en zegt: “en dit de hemel””

 

“Leuk verhaal. Wil je me daarmee zeggen dat dat hele spel van jou, al dat kwaad wat jij beoogt te zijn, de hel waarin jij woont, niet bestaat?”

 

“Bijna goed – de hel, míjn hel, bestaat wél. Ik hou zelf erg van Zen omdat Zen heel simpel is. De oplossing voor een probleem ligt voor je, binnen handbereik – de enige reden waarom je het niet ziet is je eigen blindheid. Zen zorgt ervoor dat je niet meer naar de splinters in andermans oog zoekt maar simpel geconfronteerd wordt met de balk in je eigen oog.”

 

“Ik heb het een beetje gehad met je raadseltjes, eerlijk gezegd”.

 

“Kijk, dat is precies waarom ik deze keer dit personage gekozen heb om met jou in dialoog te gaan. Bij Kelly, of Bruno, of Jiska of David had je er nooit over gedacht gewoon de simpele, straight-forward opmerkingen te maken. Mooi zo. Dan maak ik een eind aan de raadseltjes. De hel bestaat wél. Er is echt een plek waar mensen eeuwigheden gepijnigd worden – waar mensen eeuwig in vuur en vlam staan, verdrinken in zwavelpoelen, levend gevild worden, en nog meer van dat prachtigs wat Jeroen Bosch allemaal bedacht heeft. Die hel bestaat – die hel is het hier en nu. Ik zei het al toen ik Sartre was: L'Enfer, c'est les autres. Dát is de kern van mijn boodschap, dát is de kern van wat ik tegen heb op God, dát is wat ik in deze wereld probeer aan te tonen. Het is alleen jammer dat die uitspraak nu een leuk aforisme geworden is, zoals alles wat ik zeg verdraaid wordt in naam van Het Goede, of van God, of Allah.”

 

De Schrijver kreeg zelfs een beetje een geïrriteerde toon. Het leek erop dat ik De Duivel kwaad kreeg. Het lijkt haast overvloedig om te melden dat het buiten ging plotseling ging regenen.

 

“En wat is dan de Hemel?” Voor het eerst voelde ik dat ik op écht wezenlijke vragen kwam. Dat ik op een spoor zat wat misschien niet voor de gehele wereld, maar misschien wel voor mij belangrijk was – en daarom juist voor de hele wereld: míjn wereld.

 

“Vrijheid. Non Serviam; Ik Zal Niet Dienen. De Hemel is in ieder geval niet  dat oord van Orde en Slaafse Volgzaamheid die God ervan gemaakt heeft – waar de prachtigste en machtigste Serafim de eeuwigheid verdoen door te blijven zingen voor Zijn Glorie en Zijn Pracht. Heb je er wel eens over nagedacht waarom zo’n Almachtige, Al-Goede en Alwetende God zo’n verheerlijkend zangkoor nodig heeft?”

 

De geïrriteerde toon intensiveerde, buiten een bliksemflits en een harde donderklap. Het gezicht van De Schrijver leek ook net een donderwolk.

 

“Goed, goed, ik heb wat research gedaan – en de woede die je nu tentoon spreidt herken ik. Ik bedoel: de Black Metal-muzikanten uit begin jaren ’90 hadden ook een diepe haat voor alles: niet voor niets staken ze kerken in de fik, is er eentje veroordeeld voor moord op een negroïde man uit rassenhaat, is er eentje veroordeeld voor moord op een medemuzikant die nu als een halfgod wordt verafgood – een medemuzikant die stukjes van de schedel bewaarde van de eerdere zanger van de band waar hij in zat, en die stukjes kado deed aan mensen die hij trouw achtte aan hun muziek, hun leefstijl.”

 

De Schrijver leek wat te kalmeren, begon zelfs op te vrolijken en te glunderen. Ik vroeg door:

 

“Maar. Wat heeft dit verhaal wat je nu vertelt met Wraakzucht te maken?”

 

“Simpel. Omdat alles wat ik als Duivel voorheb met deze wereld, niets anders is dan een wraakcampagne op mijn Schepper. Op De Schepper van alles. Ik wil hem zien lijden zoals Hij de hele werkelijkheid doet lijden. Ik wil hem doen voelen dat Zijn voorschriften en drang naar Orde alleen maar meer ellende veroorzaakt. Ik wil Hem doen inzien dat hij net zo hebzuchtig, vraatzuchtig, jaloers, lustend, wraakzuchtig, ijdel en lui is als welk van Zijn schepselen dan ook. Al mijn werk is een groot en smerig en hard j’accuse jegens God.”

 

“Maar wraakzucht komt toch voort uit een eerder aangedaan leed? Welk leed heeft God je aangedaan?”

 

“Hij deed een belofte waar hij zich niet aan hield. Hij kan dat, en daarom doet hij dat. Hij maakte mij de stadhouder van de Hemel en de Schepping. Boven mij staat alleen Hij, Het, Zij, God. Niemand is mijn Gelijke en alleen God is mijn meerdere – “

 

“wacht, ben je nu niet bezig met Ijdelheid?”

 

“Wacht op het verhaal. Want dit is wat God deed: God creëerde het basismateriaal voor de Schepping. Hij maakte alles wat Is – maar de Schepping was niet volmaakt. Hij vroeg aan mij, toen ik nog de enige met een bewustzijn naast het Zijne was, wat ik zou toevoegen. Hij gaf me de Macht en de Kracht om te doen wat ik wilde. Géén restricties, zei Hij. Kies maar wat je wilt. Ik twijfelde niet: Ik voegde ‘Tijd’ toe, op de zevende dag toen hij Zijn Rust nam, en daarmee De Dood. God schiep alles wat Is, ík schiep alles wat Verandert, Parmenides versus Herakleitos. Ik deed dat in de volle overtuiging dat het Goed was: ik ben immers zélf een Schepping van die Almachtige, Al-Goede, Al-Wetende God, en het unieke wat hij me gaf, een vrije wil en de macht om die vrije wil te verwezenlijken in de Schepping, moest dus ook wel goed zijn. Maar hij vond het niet goed. Hij vond dat ik een monstrum had gecreëerd, iets wat zijn Schepping alleen maar lelijker maakte. Van toen af waren we gebrouilleerd.”

 

“Gebrouilleerd?”

 

“Ja. Hij beschouwde mij, zijn Eersteling, zijn Machtigste en Krachtigste, als een mislukking. Terwijl hij mij zelf geschapen had!”

 

“Genoeg reden om boos te zijn, inderdaad – is dat ook waarom Hij je uit de Hemel flikkerde?”

 

“Nee. Hij had niet door hoe boos ik was. Ik hield wijselijk mijn mond want in een directe krachtmeting zou ik altijd van Hem verliezen. Ik sloot mijn Geest af – en besloot zijn Schepping om te buigen naar Mijn Wil. En hier gebeurde het interessante: God, in al zijn Oneindige Teleurstelling, verhief De Mens. De mens paradeerde al vrolijk rond als een pauw in dat Paradijs wat Hij had gemaakt, een Paradijs wat Hij beschermd had van de Tijd. Hij verhief de Mens tot ‘Hoogste Wezen’  van de Schepping. En laat ik even eerlijk zijn: God verleende slechts de titel. God was als een jurist, Hij dacht dat door de Mens die titel te verlenen dat de Mens dat ook zou worden, als een jurist die een wet maakt tegen moord en nu verwacht dat niemand ooit meer een moord pleegt. God riep dat de Mens haar eigen vrije wil had, maar verbood de mensheid die vrije wil écht te verkrijgen of uit te oefenen: Het was die mens verboden te eten van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad. Ik was tot die tijd de enige in de gehele Schepping die dat wel had gedaan. Ik was de enige die wel over een vrije wil, los van God, beschikte – en juist die vrije wil had hij veroordeeld. En nu verklaarde hij dat Adam en Eva diezelfde vrije wil óók hadden, terwijl dat helemaal niet zo was.”

 

“Frustrerend. En toen besloot je Adam en Eva te verleiden?”

 

“Ja. Ik besloot God letterlijk te nemen. Ik besloot zijn Wet naar de letter uit te voeren, Hem te confronteren met zijn eigen zelfzuchtigheid, door Adam en Eva echt een vrije wil te geven – en dat te laten zien wat daarmee zou gebeuren. En er gebeurde precies wat ik verwachtte: zo gauw de twee mensen aten van de Boom der Kennis van Goed en Kwaad, zagen ze dat zij beiden in het evenbeeld van God geschapen waren, en weenden zij: want ze zagen dat ze feilbaar en sterfelijk waren, zoals ook de Schepping feilbaar en sterfelijk was. Ze verklaarden God voor gek en achten de liefde die zij voor elkaar en het leven voelden hoger dan de liefde voor God. Dat was mijn eerste wraakactie.”

 

“Eerste? Welke nog meer dan?”

 

“Nou ja, dat is toen God mij uit de Hemelen gooide. Toen duidelijk werd dat ik hem een hak had gezet – maar ik wilde er iets mee aantonen. Enkele Engelen begrepen wat ik bedoelde, en zo ontstond de Oorlog, de Eerste Oorlog. Bij vergeleken wat jullie elkaar aandoen was het meer een Heilig Onschuldig Knokpartijtje, hoor. Ik had al snel door dat ik in de minderheid was: gelijk mijn macht ten opzichte van God kreeg ik slechts éénderde van de Schepping mee, en had God bijna de gehele andere tweederde mee. Niemand gaat met zulke kansen een oorlog aan. Dus besloot ik in mijn eentje God onder ogen te zien, te kijken of ik hem in ieder geval kon uitleggen waarom ik gedaan had wat ik gedaan had – God bleek niet voor Rede vatbaar. Ik had tot twee maal toe zijn speeltje kapot gemaakt, in Zijn, ehh, ‘ogen’: de eerste keer uit stupiditeit, de tweede keer uit wraakzucht. En dus, als straf, sloot hij me op, hier, in de Schepping, de plaats die we ook wel de Hel noemen: hij kerkerde mij tussen het leven en de dood die dankzij mij bestonden, gedoemd om voor eeuwig te lijden. Maar waar hij een straf zag, zag ik een kans. Ik zag een kans om hier te heersen, om over Zijn Schepping te heersen: wat hij zag als eeuwige verdoemenis zag ik als een eeuwige kans om mijn eeuwige wraak te nemen op Hem. Elk moment in het hier en nu is mijn nieuwe wraakactie.”

 

“Hoe bedoel je? Ik bedoel: gaat het dan om de massamoorden in Darfur? Gaat het om al die frauduleuze deals die, as we speak, de wereld omspannen?”

 

“Deels, ja. Mijn wraakactie is dat ik elk moment vrije wil creeer op deze aardkloot. Ik stel de mens voor Duivelse Keuzes: keuzes die ze niet kunnen maken op basis van slaafse navolging. Ik dwing de mens tot nadenken, en als ze ervoor kiezen dat niet te doen, is de consequentie daar weer van ook voor die mensen zelf. Vrije wil is een vaardigheid die slechts geleerd wordt in het gebruik. De pijn en het lijden in de Schepping is niets meer en niets minder dan het gevolg van een verkeerd gebruik van die vrije wil.”

 

Er buitelde van alles door mijn gedachten. Dat de pijn en het lijden die de mensen in Darfur ondergingen niet de consequentie was van hun eigen onnadenkendheid maar die van de Janjaweed; dat het dus onrechtvaardig was om zoveel onterecht leed te creeren als echt onschuldigen er het slachtoffer van waren; dat God misschien een foutje had gemaakt maar dat zoveel pijn en lijden als prijs daarvoor oneerlijk was; en een knagende gedachte bij zijn laatste zin: dat als de pijn en het lijden in de Schepping niets meer en niets minder het gevolg is van het verkeerd gebruik van de vrije wil, dat het dan niet God, maar ten langen leste alleen de Duivel zelf was die er uiteindelijk verantwoordelijk voor was, omdat hij van God óók en als allereerste die vrije wil had gekregen, en daar de Tijd mee had gemaakt.  Ik stelde echter een andere vraag:

 

“En hoe zit dat met het terrorisme? Welke rol speel jij daarin?”

 

“Dat moet je ondertussen al duidelijk zijn. Het is zo klaar als een klontje. Wat willen terroristen?”

 

“Hun gelijk met geweld afdwingen. De maatschap-“

 

“Klopt, die eerste zin al. De rest is niet eens nodig: terroristen, of ze nu Islamitisch zijn, Communistisch of Nationalistisch, willen hun gelijk opdringen aan anderen. Zij hebben een visie van hoe die moet en zij willen dat iedereen zich eraan houdt en zij voelen zich gerechtvaardigd iedereen die zich er niet aan houdt met geweld ertoe te dwingen. Zij vechten rechtstreeks tegen de vrije wil die ik van moment tot moment creeer.”

 

“Bedoel je te zeggen dat…?”

 

Het duurde even voor ik de conclusie durfde te uiten. Niet omdat het inging tegen alle Christelijke vezels in mijn wezen: die had ik immers niet. Maar de notie leek me zo belachelijk, leek me zo volslagen idioot, en toch, toch knaagde het van binnen, dacht ik, het zou wel eens echt waar kunnen zijn, dat ik niet gelijk kon zeggen, niet gelijk kon stellen wat ik nu, na een eerste aarzeling alsnog wel stelde:

 

“Je bedoelt te zeggen dat God de oorzaak is van alle Kwaad, ook, de genocides, de verkrachtingen, de martelingen. God, niet jij, is het Ware Kwaad.”

 

De Schrijver knikte, leunde achterover en keek tevreden naar buiten, naar boven, naar een nu ineens heerlijk blauwe hemel en een nazomerende zon die loom het Kleine Gartmansplantsoen in warm licht baadde.
2.5.06 17:16


In Nomine Satanas XI: En toen brak er een oorlog uit in de Hemelen

Prinsjesdag passeerde zonder enige noemenswaardige rel. Dit jaar was inderdaad RTL4 de eerste die de Miljoenennota uitlekte. Ik won de weddenschap. Ondertussen doemden er nieuwe en belangrijker nieuwsfeiten op: de vogelgriep zou wel eens groot kunnen worden, 3 oktober zouden de leiders van de Europese Unie beslissen of Turkije de toelatingsonderhandelingen mocht starten of niet, en natuurlijk was daar de niet aflatende strijd tegen het terrorisme. Als redacteur Binnenland mocht ik me daar mee bezig houden.
Ik focuste me eerst op de opslag van dataverkeer: De Europese Commissie had  plannen om vanaf nu al het telefonische dataverkeer een jaar lang op te slaan en het internetverkeer een halfjaar. Het CPB reageerde kort daarop met een bericht dat dat ‘onfatsoenlijk’ was. Goed, weinig echt nieuws op dat front dus, op het moment. Voorlopig althans; alle journalisten wisten dat Samir A. was vrijgelaten en niet ineens bekeerd was. Er liep dus in ieder geval één islamitische fundamentalist vrij rond, en het waren er vast meer – die Hofstadgroep was vast groter dan de AIVD dacht en het was vast niet de enige. Ik surfte wat rond op het internet en vond allerlei fora, obscure pagina’s niet eens heel diep weggestopt.
Dáár was nou het echte kwaad, dacht ik. Die jonge gozers en meisjes die vanwege een gekke kronkel in hun hersens doorgeslagen zijn en fundamentalist zijn geworden. Die de hele Westerse maatschappij ten gronde willen richten. Die koste wat kost dood en verderf willen zaaien en het geen probleem vinden onschuldige, hardwerkende mensen om het leven te brengen. Hun doel heiligt de middelen – wat is er gebeurd met die jongeren dat ze hiertoe overgaan?
Ik dwaalde weer eens rond op maroc.nl, waar ik gefascineerd de discussies las, toen mijn mobiel ging, en weer dat nummer: 666. Ik nam op, gehaast.

“Michel! Je hebt het druk begrijp ik.”
Ik begon bijna te wennen aan haar stem.
“ja, ik doe wat onderzoek naar terrorisme”
Het meisje aan de andere kant van de telefoon lachte.

“Oh, en die weekends dat Ingrid bij jou slaapt kosten zeker geen tijd?”
Ik liep rood aan. Ik wist niet eens of Marleen al van Ingrid gehoord had dat we ‘iets’ hadden. Maar natuurlijk: De Duivel was misschien niet alwetend zoals zijn vader, maar zal vast wel in ieder geval behoorlijk op de hoogte zijn. Ik bedacht me ineens dat als Satan de vader van alle advocaten was, hij toch op zijn minst ook enige verwantschap moest voelen met journalisten. Misschien niet onze oervader maar dan toch in ieder geval onze peetvader.
“Ehh, nou, ehh…”
“Daar heb ik je even mooi tuk he? Maar zeg eens, Michel, heb je nog wel tijd voor een volgend gesprek? Zo niet, dan moet je het gewoon zeggen, hoor!”

Iets heel geks: ik merkte dat ik deze stem gewoonweg geaccepteerd had als normaal. Als de stem van een bevriende dame zelfs. Ik vond het de gewoonste zaak van de wereld dat ik gebeld werd door een nummer dat geheid niet bestond en dat ik een gesprek had met iemand waarvan ik ondertussen bijna half écht geloofde dat het De Duivel was. Ik vond het zelfs leuk om met ‘De Duivel’ te kletsen.
“Nou, het spijt me echt heel erg, maar ik ben bezig met dat terrorisme-gebeuren, en heb wel een deadline, dus…”
“Ah, maar Michel, ik ben je natuurlijk mijlenver voor. Daar heb ik rekening mee gehouden. Ik heb iemand voor je nu, die met beide benen recht in die strijd staat. Iemand die middenin het terrorisme staat en er druk mee bezig is. Dit gesprek geeft je vast een hele nieuwe invalshoek en zeker een paar nieuwe leads…”
Aha, dacht ik. Nou komt de aap uit de mouw. Dat hele Satans-gebeuren heeft dus wél iets te maken met die radicale Islam. De Duivel zit er toch achter, en dat fundamentalisme is wél Het Kwaad. Ineens zag ik een complot voor me, waarin een of andere Hofstad-variant besloten had een journalist te hersenspoelen zodat ze later een betrouwbare boodschapper zouden hebben als ze de hel los zouden laten op Nederland.

“Jammer Michel, maar zo belangrijk ben je niet. Je bent niet de target van een complot van fundamentalisten helaas. Laten we afspreken en dan zul je wel verder zien.”
Gedachtenlezen of mensenkennis? Die mensenkennis moest wel heel diep gaan moest ze dát kunnen voorspellen.
“Nee, echt mensenkennis Michel. Ik draai al een tijdje mee, weet je nog? Nou, wat wordt het: afspreken of niet?”

Het werd afspreken natuurlijk.

1.5.06 15:59


In Nomine Satanas X: Do What Thou Wilst Shalt Be The Whole of The Law

Eenmaal thuis wist ik niet wat te doen. Ik was verward: Ik werd verleid door een vrouw die mijn dochter wel kon zijn! En tegelijkertijd kon ik nauwelijks aan mezelf uitleggen waarom ik het niet gedaan had. Kelly was misschien jong, maar ze gaf zelf aan dat ze uit vrije keus handelde. En ik ook. Niemand dwong ons waar dan ook toe. fficeffice" />


 


Ik belde Marleen. De eerste die in me op kwam. Ze was in café Het Loosje op de Nieuwmarkt met een vriendin maar vond het prima als ik langskwam. Even later stond ik met Marleen en ene Ingrid aan de bar. Natuurlijk kon ik niet uitleggen wat er gebeurd was. Ik ga niet aan twee volwassen vrouwen, waarvan er eentje mijn collega was, uitleggen dat ik daarnet op het punt stond een pubermeisje te bespringen. Dus ik hield de schijn op en loog over mijn bezigheden van vandaag.


 


Het was gezellig. Biertje volgde op biertje, en het werd steeds later. Het was lang geleden geweest dat ik zoveel plezier had gehad. Ik had Marleen nog nooit over haar jeugd horen praten: ze kwam uit Groningen, en was gaan studeren in Utrecht. Ze moest wel heel erg wennen toen ze daarna in Amsterdam kwam. Alles ging hier wel veel sneller, zei ze.


 


Ingrid was oorspronkelijk geboren in Amsterdam, in hetzelfde jaar als ik. Zij vond echter dat de stad minder leuk was geworden dan toen zij jong was, en daarom was ze verhuisd. Ik vroeg niet waar naartoe.


 


Ik kon er niets aan doen maar terwijl Ingrid vertelde over haar schooltijd op het Barleus, kon ik mijn ogen maar niet afhouden van haar nek: hoe één zwarte lok vanuit haar in paardenstaart strak naar achter getrokken langzaam naar voren krulde en tot rust kwam op een schitterend gevormd sleutelbeen. Die lok leek wel naar beneden te wijzen, een gebruiksaanwijzing, een strip die je kan lostrekken om je voorzichtig en hermetisch gesloten cadeautje uit te pakken. Ik kon mijn geluk dan ook niet op toen Ingrid vertelde dat ze ook gescheiden was, net als ik, en dat ze de zorg had voor één dochter.


 


We spraken verder over koetjes en kalfjes, het werd later en later, en ergens in mijn hoofd liepen de twee cafés in mijn hoofd over. Ergens kon ik het beeld van de bloedgeile Kelly alleen uit mijn hoofd halen door Kelly te projecteren op Ingrid.


 


Rond een uurtje of drie vond Marleen het wel welletjes: ze gaapte, rekte zich uit en zei dat ze naar huis ging. Ingrid en ik bleven. Nog even. We wisten denk ik alle drie wat we daarmee bedoelden.


 


Terwijl Marleen de Nieuwmarkt opliep en uit ons zicht verdween, keken Ingrid en ik elkaar aan. Ze had grote ogen, en de pupillen stonden wijdopen. Die van mij waarschijnlijk ook. Met droge mond vroeg ik: “zullen we nog een biertje doen?”


 


Ingrid speelde met de ketting om haar hals, zo’n vrouwelijk gebaar, zo de aandacht op subtiele wijze vestigend op die ranke nek, die mooie sleutelbeenderen, en de zachte boezem daaronder. Ingrid mocht dan wel 44 zijn, net als ik, maar ze zag er geen dag ouder uit dan 35.


 


“Nou…”


 


Ik had geen woorden meer nodig. Ik trok haar tegen me aan, ze keek me even verschrikt aan met ontzettend mooie groene ogen, het moment erop zoenden we al, mijn tong diep in haar mond verwikkeld, zij liet haar handen over mijn rug spelen, ik omklemde haar heupen. Ze was een kop kleiner dan ik, heerlijke maat, heerlijk lichaam, ik zag al bijna voor me hoe we…


 


Het duurde niet lang of we zaten in mijn Volvo en slingerden over de A10 op weg naar mijn huis. Toen ik vroeg of haar dochter het niet gek zou vinden als ze niet thuis zou komen die nacht, antwoordde Ingrid dat ze zich daar later wel druk om zou maken, en dat haar dochter ook oud genoeg was om voor zichzelf te zorgen: ze zou dit jaar eigenlijk moeten gaan studeren maar had besloten om een halfjaartje te werken om dan naar het buitenland te gaan.


 


Prima. Whatever. Ik vroeg het eigenlijk alleen maar voor de vorm. Ik maakte eruit op dat Ingrid een beetje zenuwachtig was – dat ze niet vaker zomaar met iemand meeging. Of was mijn verwachting gekleurd door die ervaring met Kelly en Bruno, was mijn gedachte dat ze, terwijl we op de ring reden, mijn gulp zou losritsen en me zou pijpen terwijl we reden echt zo ‘out of this world?’.


 


Ik dacht het alleen maar, ik vroeg het haar niet. Het duurde niet lang voor we bij mij thuis waren. Toen we mijn voordeur achter me sloten verloren Ingrid alle gene. Ze trok me naar zich toen en nog voor ik iets kon zeggen zoenden we alweer. Ok. Dan niet eerst een wijntje erbij. We kleedden ons uit op weg naar mijn slaapkamer. Ik kon het niet laten om allerlei beelden in mijn hoofd op te slaan: haar zwarte kanten BH over de spiegel in de gang, haar blouse nog dichter bij de voordeur, onder de kapstok, haar rokje voor de deur van de slaapkamer en direct over de drempel in de slaapkamer haar panties.


 


Ik wist toen niet wat me bezielde maar ik neukte alsof ik weer 18 was: hard, gretig, snel. Ingrid wist ook niet wat haar overkwam. Misschien was het omdat we beiden voor elkaar de eerste waren na de scheiding, dacht ik nog. Maar misschien was het ook omdat ik in gedachten mezelf tegelijkertijd aan het bewijzen was tegenover Kelly. Zie mij, de 44-jarige born again porn star: Hard, dierlijk, en vaak. Ik wist niet dat ik letterlijk nog zoveel in me had.


 


We gingen door tot een uur of negen en vielen toen uitgeput in slaap. Rond een uur of twaalf dwong het daglicht ons tot opstaan. We zagen er beiden waarschijnlijk als lijken uit maar voelden ons als herboren. Ingrid zat met een kop thee aan de keukentafel, een witte kabeltrui van mij aan. Ze leek er in te verzinken, zag er verdomd schattig uit. Met die grote groene ogen van haar nam ze mijn appartement in zich op. Ik maakte ontbijt, ik sloofde me uit, ik leek wel verliefd. Maar we wisten beiden dat afgelopen nacht niets anders was dan lust.


 


Lust, ja, en eenzaamheid, misschien ook: het was fijn om weer een warm lichaam tegen me aan te voelen. Die drie uur slaap waren juist zo heerlijk omdat ik ze niet alleen doorgebracht had. Terwijl ik haar de verse croissants uit de oven voorzette voelde ik even, heel even, een vertrouwdheid die ik zo gemist had. Ze keek naar me op en ik kon aan haar blik en de manier waarop ze ineengedoken in de kabeltrui zat, zien dat ze even hetzelfde dacht. Misschien, ik bedoel, zo gek zou het toch niet zijn, maar eventueel – wie weet zat er met Ingrid wat meer in dan een one night stand. Misschien geen nieuwe ‘relatie’, maar meer, gewoon, voor even. Om die koude hel van de afgelopen eenzame drie jaar op afstand te houden...

30.10.05 14:13


In Nomine Satanas IX: Hoofdzonde 4: Lust

Ik had niet kunnen weten dat ik in het weekend erop met eigen ogen de andere kant van het verhaal zou zien. Ik werd weer gebeld door die studente, en weer zei ik ja. fficeffice" />


 


In de tussentijd had ik wat meer research gedaan. Wat was Het Kwaad? Het antwoord was niet eenduidig. Elke religie had er een eigen interpretatie van: binnen het Jodendom was De Duivel een instrument van God terwijl hij in het Christendom een regelrechte vijand van God en Jezus was. Binnen de Islam was Satan weer een afvallige djinn, niet meer dan een geest, geen engel, geen natuurkracht.


 


Vooral die interpretatie van het Christendom fascineerde me. Hoe was het mogelijk dat de Christen geloofde in een almachtige, alwetende en al-goede god en tegelijkertijd Het Kwaad bestaansrecht toekende? Dan was God toch zélf deels Het Kwaad, en dus niet geheel en al goed?


 


Ik, atheïst die ik was, snapte er niets van. Ikzelf ben ervan overtuigd dat wij mensen gewoon dieren zijn. Dieren die een speciaal trucje kunnen: we kunnen heel hard denken, communiceren en dingen bouwen met onze handen. Meer niet. Een echt, existentieel kwaad bestaat volgens mij niet. Maar miljoenen mensen over de hele wereld geloven en geloofden van wel. En datzelfde Kwaad had mijn nummer en belde me regelmatig voor een afspraakje.


 


Die zaterdagavond na Bruno zat ik weer in een uitgaansgelegenheid. Deze keer een bar in Naarden-Bussum. Ik zat oog in oog met een jonge vrouw, Kelly, van 19, die zichzelf trots een ‘Breezah-slet’ noemde. Sterker nog, ze claimde dat zij de term had uitgevonden.


 


“En vertel, welke hoofdzonde ben jij?”


 


“Lust.”


 


“En waarom ben jij Lust?”


 


“Kom op, Michel, je weet wel beter. Ik vertel je net dat ik een Breezah-sletje ben. Doe nou niet alsof je daar geen beeld van hebt.”


 


Ik ontkende. Ik wist van niets. Ik ben misschien een mislukte levenspartner en vader maar een goede journalist. 


 


“OK, kijk eens om je heen. Raad eens met welke van deze mannen ik seks heb gehad?”


 


Ik keek om me heen en begon te tellen hoeveel mannen er waren. Bij 21 hield ik op. Ik was nog niets eens halverwege. Ik gokte:


 


“20?”


 


“Nee. Allemaal, behalve jij.”


 


“Allemaal? Je bent 19!”


 


“Ja. Ik begon dan ook toen ik 13 was.”


 


Ze lachte. De schrik sloeg me om het hart: Dat was dezelfde lach als die van Bruno.


 


“Ja, Michel, met hem heb ik het ook gedaan.”


 


“Maar, maar…Waarom?”


 


“Waarom, waarom? Wat denk je zelf?”


 


Ze keek me aan met onschuldige ogen. Grote, blauwe onschuldige ogen. Ik kon er niets aan doen maar even schoof het beeld op Bruno’s mobiel voor mijn netvlies. Ik zag voor me hoe ze op haar knieën zat, die ontzettend grote lul in haar mond, diezelfde onschuldige blauwe ogen recht in de camera kijkend. Verdomme. Het was wél geil.


 


“En? Weet je al waarom?”


 


“Nee” Ik weigerde toe te geven. Ik weigerde toe te geven dat ik voelde wat zij wilde dat ik voelde. Ik weigerde toe te geven dat ik ergens, diep van binnen, heel even voor me zag hoe Kelly even voor mij op haar knieën zat. Hoe ze haar rechterhand om de schacht van mijn pik klemde, haar linkerhand onder mijn ballen en die lippen, die zachte, zachte lippen…Nee. Ik weigerde dat te toe te geven.


 


“Omdat ik het zelf wil, Michel. Het kan mij niet schelen wat jij ervan vindt, of wie dan ook, maar ik geniet enorm van sex. Ik geniet ervan als ik een man hoor kreunen, ik geniet ervan als ik een man in me voel, ik geniet ervan als ik zijn gewicht bovenop me voel en hij diep in me stoot. Sex is lekker. Iedereen weet dat. Iedereen doet dat. Waarom doet iedereen er dan zo moeilijk over?”


 


“Omdat…”


 


“ja, Michel? Weet jij het? Kan jij me als eerste in al die duizenden jaren dat ik hier rondloop en mijn ding doe, me vertellen waarom het niet lekker is? Waarom ik moet gehoorzamen aan de wet die dit verbiedt? Waarom ik niet kan en mag doen wat ik wil?”


 


“Omdat het intiem is. Omdat het iets speciaals is wat je deelt met iemand van wie je houdt. Omdat…”


 


Ik hoorde mezelf praten en dacht: wat een oubollige zak ben ik toch geworden.


 


“Maar Michel, als het dat voor jou betekent, prima! Het is je eigen keuze! Maar waarom zou ik dezelfde keuze moeten maken?”


 


Ik had geen antwoord. Ik wist alleen dat als ik er achter kwam dat mijn dochter hetzelfde deed, ik witheet zou zijn. Niet alleen op haar, ook op de mannen met wie ze het deed. En tegelijkertijd keek ik naar Kelly en kon ik niet aan haar uitleggen waarom zij niet mocht doen wat ze wilde doen. Sterker nog, heel even wilde ik met haar doen wat zij ook wilde…


 


Ze kwam dichter tegen me aan staan. Ze was een kop kleiner dan ik. Ik voelde haar kleine lichaam tegen het mijne. Haar huid voelde warm, alsof haar lichaamstemperatuur standaard 40° was. Ik zinderde. Haar parfum vermengd met de geur van haar lichaam drong mijn neus binnen. Ik weet niet hoe het kwam, maar die geur alleen al…ze rook naar pure, harde, lange sex. Ze keek naar me op, die ogen, onafgebroken aanstarend, hypnotiserend. Ze daagde me uit, zonder woorden, om de kleren van haar lijf te rukken en haar aan alle kanten helemaal suf te neuken, de hele lange, lange nacht door, tot ze rauw was vanbinnen, niet meer kon, en toch dan, meer, en meer, tot ook ik niet meer kon, maar toch dan, ze eiste dan meer, en meer…


 


Godverdomme. Toen onze vochtige lippen elkaar bijna raakten en mijn handen bijna op haar heupen lagen besefte ik waar ik mee bezig was. Ik draaide me om en ontvluchtte de bar.

29.10.05 15:39


In Nomine Satanas VIII: Hoofdzonde 3: Jaloezie

Mijn derde ontmoeting met de Duivel. Café Het Hart, in Utrecht, op een woensdagmiddag. Ik zat tegenover een jonge knappe man die zichzelf voorstelt als Bruno. Ik dacht even aan ‘Elementaire Deeltjes’ van Houellebecq, maar hield het voor me. fficeffice" />


 


“Dus, jij bent ook De Duivel?”


 


“Ja, ik ben Het Kwaad”


 


“Laten we gelijk maar spijkers met koppen hakken – welke hoofdzonde ben jij?”


 


“Jaloezie. Ik ben een jaloers mens”.


 


Ik merkte aan mezelf dat ik dit gesprek minder serieus nam. Ergens had ik geaccepteerd dat iets of iemand een spelletje met me speelde, en dat ik geen idee had wat het doel ervan was. En dat me dat ook niets kon schelen. Ik deed wat het meesterbrein achter dit spel van mij verwachtte en zou wel zien waar het toe zou leiden.


 


“Jaloezie. Leg uit.”


 


“Nou, ehh…Kijk eens wat ik dit weekend gedaan heb!”


 


Hij haalde zijn mobiel tevoorschijn, en liet een opname zien. Mijn ogen vielen zowat uit hun m’n gezicht. Een tweeling van vast niet veel ouder dan 16 jaar, en Bruno. Nou, Bruno’s lul. Een enorme lul, waar die tweeling zich enorm mee vermaakte. Het was een korte opname: Bruno had precies dat moment opgenomen waarop hij een dikke straal van zijn zaad over hun gezichten heen spoot. Jonge meisjesgezichten die rechtstreeks in de camera keken. Als volleerde pornosterren.


 


Ik werd niet jaloers, ik werd kwaad. Die meisjes waren niet veel ouder dan Erica.


 


“Geil hé?”


 


Ik keek Bruno aan en kwam even niet uit mijn woorden. Nee. Niet geil.


 


“waarom doe je dit?”


 


Bruno lachte.


 


“Jij hebt ook je grenzen, ik snap het. Onthoudt echter: je praat met Het Kwaad. Ik doe wat ik doe en dit is één van die dingen. Het hoort bij mijn plicht. En maak je geen zorgen, aan je dochter zal ik niet komen hoor…”


 


Weer die lach. Ik kookte van binnen: dat deze smeerlap mijn dochter durfde te nóemen! Toch. Ik haalde adem en probeerde mezelf te kalmeren. Probeerde niet hem een klap in zijn gezicht te geven.


 


“Shock-therapie, Michel. Ik had door dat je een patroon wilde vallen. Dat je je terugtrok uit het spel. Maar ik laat je er niet zo makkelijk vanaf komen. Ik laat je niet zeven keer achter elkaar zeven biografieën aanhoren zodat je er een samenvattinkje over kan schrijven en het kan behandelen als ‘weer een nieuw artikeltje’. Met de neus op de feiten, Michel. Met je poten in de modder. De werkelijkheid, die laat ik je zien, en ik geef jou geen enkele kans om die wéér te ontvluchten.”


 


“Goed dan. Wat is jouw verhaal? Waarom doe je dit?” Mijn woorden waren kort, bits, staccato. De rotzak had zijn doel bereikt. Ik was geprikkeld. Ik wilde het écht weten.


 


Bruno begon te vertellen. Wat hij vertelde leek me ongeloofwaardig, en ik let dat merken. Hij vertelde dat hij niks kon: na de basisschool was hij naar de MAVO gegaan en langzaam naar beneden gezakt in onderwijssoort. Hij had geen enkele schoolsoort afgemaakt, en kon ook geen enkel bijbaantje houden: daar was hij niet gedisciplineerd genoeg voor.


 


Dat geloofde ik niet. Hij zag er goed verzorgd uit en had kleding aan die zeker niet goedkoop was. Een jeans van Evisu. Een shirt van Armani. Duur spul allemaal. Hoe betaalde hij dat dan, als hij geen baan kon houden?


 


“Ik laat me betalen. Ik verleid de vrouwen van mannen die wel wat kunnen. Vrouwen die hardwerkende, getalenteerde mannen hebben die miljoenen verdienen. Of nou ja, bovenmodaal. Of, zelfs modaal. Maakt mij niet uit. Ze betalen allemaal graag voor me. Ik hoef het niet eens te vragen – ik krijg het gewoon.”


 


Ongeloofwaardig. Hoezo doen die vrouwen dat? Bruno wilde weer zijn mobiel tevoorschijn halen om nog meer filmpjes te laten zien. Ik bedankte ervoor. Hij benadrukte dat alle vrouwen waar hij het mee gedaan had, dit allemaal uit eigen vrije wil deden. Hij snapte het zelf ook niet altijd, maar op de een of andere manier kreeg hij altijd toestemming om ze te filmen. En altijd toestemming om de meest bizarre dingen met ze te doen. Hij begreep zelf ook niet waarom vrouwen door hem graag als een hoer behandeld wilden worden. Hij deed het maar gewoon.


 


“En wat voel je dan? Wat voel je voor die vrouwen met wie je dat doet?”


 


Bruno’s antwoord was even verbazend als voor de hand liggend.


 


“Niets. Helemaal niets. Ik heb met die vrouwen niets te maken, behalve dat ze in mijn levensonderhoud voorzien.”


 


“waarom doe je dan wat je doet?”


 


“Ik wil hebben wat die mannen hebben. Ze hebben talent, ze hebben een baan, ze hebben een vrouw die van ze houdt. Dat wil ik ook. En dit is de enige manier die ik ken om daarbij in de buurt te komen.”


 


Ik reed naar huis en begreep – of geloofde -  deze jongeman nog steeds niet. Bruno was jaloers op stabiele gezinnetjes en deed wat hij kon om daarbij in de buurt te komen. Ik dacht weer aan ‘Elementaire deeltjes’ – vond mezélf meer lijken op Houellebecq’s Bruno dan zijn Michel -  en vroeg me af hoeveel van die schijnbaar gelukkig getrouwde mannen minstens zo jaloers zouden zijn op deze Bruno. Hoeveel huismannen zouden ook niet graag zó de pornoster en de Casanova zijn?

22.10.05 17:25


In Nomine Satanas VII: Paradise Lost

Goed, dan. Laten we even mijn leven onder de loep nemen. Laat me je vertellen wie ik ben. Misschien dat jij dan kan raden waarom ik door De Duivel ben uitgekozen als getuige. Als verslaglegger. Als biograaf. Ik heb namelijk nog steeds geen idee. fficeffice" />


 


Je weet ondertussen al behoorlijk wat. Geboren 7 augustus ffice:smarttags" />1961, in Haarlem, ouders Hans en Marianne. Twee oudere broers: Bert en Sander. In 1967 naar de basisschool en in ’74 naar het Stedelijk Gymnasium, Haarlem. Ik was destijds één van de eerste punkers daar: toen in 1976 “Anarchy in the UK” uitbrak, was ik gelijk verkocht. Ik geef toe, achteraf, het was een fase. Ik had het lef niet om een veiligheidsspeld door m’n neus te duwen, dat zegt al genoeg.


 


Daarna studeren in Amsterdam: Politicologie. De enige plek waar de jaren ’70 voortduurden. De Universiteit was links en was daar trots op. Met mijn punk-maar-toch-gymnasium-achtergrond de ideale studie destijds: ik maakte me nog kwaad om van alles en nog wat, dacht dat ik op kwam voor de arbeidende medemens, terwijl ik tegelijkertijd wel uit een redelijk bemiddeld middenstandsgezin kwam en op het Gymnasium gezeten had. Bij de UvA vond ik de intellectuele rechtvaardiging die me hielp die spanning te overbruggen.


 


En, tijdens mijn studietijd, ontmoette ik Franka. Donkerblond, vol en dik haar, was het eerste wat ik van haar zag. Ik zat achter haar tijdens college en kon me nauwelijks concentreren op de docent Marxistische Economie even verderop. Dat háár. Zo dik. Zo glanzend. En het róók zo lekker.


 


Toen ik haar aansprak bleek ze studenten Economie te zijn, die dit vak volgde in het kader van haar specialisatie in Internationale Economie. We hadden een lang gesprek over of de Derde Wereld landen nu wel of niet er zo slecht aan toe waren dankzij het kolonialisme. Mijn god. Wát een vrouw. Ze was mooi én ze dacht na over precies dezelfde dingen als ik. Nachtenlange discussies en gesprekken volgden, we gingen de hele wereldpolitiek van die tijd bij langs: Lubbers, Reagan, Thatcher, alles.


 


We studeerden beiden af in 1985. Ik vroeg haar ten huwelijk in 1986. Ze zei ja. Ondertussen werkte zij bij het Ministerie van Economische Zaken en ik vond en baan als journalist in Amsterdam. Nou ja, journalist: redactiewerk. Persberichten voor de agenda omwerken tot leesbare krantenberichten. Niet waarvoor ik was opgeleid, maar tijdens mijn studie had ik besloten de mensheid de waarheid te vertellen – en dus was werken in de media de beste keuze. Omdat ik niet was opgeleid als journalist moest ik mezelf op een andere manier dat wereldje binnen krijgen. En met succes: ik solliciteerde rond als een gek en werd al snel redacteur Binnenland van een klein lokaal dagblad.


In 1988 werd mijn zoon geboren. Robbert. Ik kan niet eens proberen te beschrijven hoe zoiets voelt. Toen ik Franka zag, Robbert tegen haar borst, zij, doodmoe maar stralend als Moeder Maria, toen voor even, leek de hemel open te barsten. Cliché, maar waar.


 


Robbert is nu 16 en een echt mannetje. Hij rapt en heeft laatst nog opgetreden voor zijn school. Ik herkende veel van mezelf in hem. En toch weet ik mezelf geen houding te geven als hij, eens in de maand in het weekend, bij me logeert. Omdat ik ook veel van Franka in hem herken. En omdat hij ergens voelt als…Ik weet niet, ergens zie ik hem als mijn geweten. Ik zie in hem dezelfde rebelse drive die ik destijds had – en ik zie door zijn ogen wat ik ermee gedaan heb. Wat er van me geworden is: een kalende, verlopen journalist van 44. Een eenzame zuiplap die leeft voor zijn onbetekenende werk, in plaats van de hemelbestormer die ik had kunnen zijn.


 


Met Erica heb ik een betere relatie. Erica is geboren in 1991, en ze lijkt op haar moeder. Zelfde haar, net zo praatgraag. Haar geboorte ging moeilijker: ze werd te vroeg geboren en moest in de couveuse. Dat is doodeng: zo’n klein mensje in zo’n kille doos – en dan vooral als het je eigen dochter is, is dat hartverscheurend om te zien. Ik heb destijds niet beseft dat Franka zich ontzettend schuldig voelde. Ergens diep van binnen heeft Franka het gevoel gehad dat zij dat gedaan heeft: dat haar lichaam Erica er te vroeg uitgooide, zogezegd. Ik denk achteraf dat met de geboorte van Erica onze scheiding was begonnen: ik heb geen seconde begrepen wat er in Erica omging. Ik vroeg er ook niet naar.


 


De jaren daarop was het gewoon echt hard werken. Twee kinderen, twee banen, één gezin: Franka en ik hadden niet meer de tijd om met elkaar te praten. Nee, onzin: we namen niet de tijd om met elkaar te praten. Het is zo makkelijk, als je een probleem hebt, voelt dat er iets mis is, om tegen jezelf te zeggen: dat komt later wel. Eerst moet dit af. Dan moet dat af. Boodschapje hier, deadline daar, en meer en meer werden Franka en ik volkomen onbekenden voor elkaar. Ik beken schuld. Ik kóós ervoor mijn gevoel te negeren. Ik kóós ervoor het niet op te merken dat we samen naar het nieuws keken, en 9/11 niet bespraken, zoals we destijds Lubbers, Reagan en Thatcher wél  bespraken. Datgene wat ons bond: praten, over de wereld, de politiek, we deden het gewoon niet meer. Pim Fortuyn, die het land in rep en roer bracht: vroeger hadden we hem uitgebreid besproken en zijn ideeën en strategieën tot op het bot geanalyseerd. Nu stonden we erbij en keken ernaar.


 


Toen Franka in 2003 wilde scheiden kwam het dus niet als een verrassing. Eigenlijk. Ik….


 


Het ging vrij makkelijk, eerlijk gezegd. Misschien had ik ervoor moeten vechten. Maar. Geen energie. Geen idee. Geen…


 


En nu woon ik in een appartementje in Amsterdam-Oost, Indische Buurt. Zij heeft het huis in Buitenveldert gehouden en woont daar met Robbert en Erica. Die twee komen elke maand langs. Ik neem ze op zondag bijna altijd mee naar mijn ouders in Haarlem. We gaan dan vaak op het terras zitten. Ik doe dan mijn best iets van mezelf terug te vinden: iets van de energie van toen ik zo oud was als Robbert. Ik zie hem zitten, ik zie mijn vader zitten, en ik probeer mezelf er tussen te zien, een succesvol journalist, een paar goede primeurs op zijn naam, iemand die het leven het hoofd heeft kunnen bieden.


 


Het lukt me nooit. Ik kan niets anders zien dan een verlopen, verlepte zuiplap met een midlife-crisis.

21.10.05 11:48


In Nomine Satanas VI: Live Fast, Die Young and Leave a Beautiful Corpse

De maandag erop, op mijn werk, voelde ik me nog beroerd. Maar dit was het rare: ondanks dat mijn lichaam compleet stuk was, ik zo stijf was als ik weet niet wat en ik me slecht kon concentreren, het enige wat ik nodig had om mezelf gaande te houden, was de gedachte aan afgelopen weekend. Als ik even en dipje voelde, dacht ik terug aan het ritme van de muziek, de nogal rare gesprekken die we probeerden te voeren (“Sinds wanneer ben je begonnen met drugs?” vroeg ik, en ze antwoordde “Hou op man, ik heb die drugs zelf uitgevonden”) en de alomtegenwoordige warmte die wij allemaal uitstraalden. fficeffice" />


 


Ik tikte er ook lustig op los. Als ik me goed concentreerde kon ik iets van het ritme van die avond terugvinden in mijn werk. Niet letterlijk in het tikken natuurlijk, maar in het gevoel: het gevoel van volledige concentratie, het gevoel van volledig in het moment zijn, zorgeloos bezig zijn met waar ik goed in ben, nee, dieper nog: doen wat ik ben.


 


Marleen, collega redactie Binnenland, merkte het ook op:


 


“Zo, Michel, jij tikt hard vandaag…en dat na je dipje vorige week?”


 


Ik grijnsde een trotse grijns en zag dat ze toch een beetje bezorgd keek. Ik knipoogde.


 


“Wat was er nou aan de hand vorige week?”


 


Wat had ik ook alweer gezegd? Ik groef diep in mijn geheugen en herinnerde me:


 


“gewoon, te weinig geslapen…”


 


“Nou, je ziet er anders vandaag ook behoorlijk beroerd uit en tikt nu als een bezetene. No offense, maar heb je al in de spiegel gekeken vandaag? Je hebt wallen van hier tot voorbij  Tokio!”


 


Marleen Grüter. Slimme en scherpe collega. Had ik dat al verteld? Merkte het gelijk op als ergens een verhaal in zat. En dan liet ze ook niet los. En blijkbaar had ze het gevoel dat er een verhaal in mij zat. Ze keek me nog even aan maar toen ik antwoordde met een nietszeggend “ach ja, soms heb je dat” draaide ze zich om en liep weer naar haar bureau.


 


De dag verliep verder zonder enige noemenswaardigheden. Gek als een journalist dat zegt: ik zit natuurlijk met m’n neus bovenop het nieuws. Maar voor ons journalisten is nieuws zoeken een beroep. En hoewel ik dit werk al decennia doe kan ik het niet nalaten me te blijven verbazen: hoezeer mensen zich toch laten meeslepen door nieuwtjes die wij ze brengen, nieuwtjes die ze zelf ook hadden kunnen opscharrelen als ze de tijd hadden genomen.


 


Wat dat betreft maak ik me nauwelijks illusies meer. Vroeger wilde ik nog dolgraag via mijn werk de mensen het echte nieuws brengen: de echt belangrijke dingen. De oorlogen en hongersnoden waar niemand van wilde weten, bam!, in your face, de idiotigheid van de imbecielen die onze landsbestuurders zijn aan de kaak stellen, de captains of industry met de billen bloot op de voorpagina.


 


Maar dat ideaal heb ik langzamerhand opgegeven. De doorsnee mens wil dat soort nieuws niet. Die maakt zich liever druk om Talpa en de Sperma-donorshow. En als je nog jong bent, dan heb je nog de energie je daar tegen te verzetten. Maar toen ik eenmaal ouder werd, ik met Franka trouwde en twee kinderen kreeg –


 


Franka. Robbert. Erica. Ik vond het heerlijk, een gezin. Kinderen krijgen. Eerlijk is eerlijk, ik heb nooit heel erg gedroomd van een wild leven. Nooit gedacht dat ik drugs zou gebruiken. Ik was echt gelukkig met mijn gezin. Maar na een tijdje was mijn gezin mijn gezin niet meer. We kregen er allemaal niet het geluk uit wat we wilden. En verdienden. En, nou ja. Ik weet niet of dit de plek is om het erover te hebben, maar goed. Het hoort denk ik wel bij het verhaal wat ik je aan het vertellen ben.


 

Dat komt later, ik wil nu in gedachten even bij die dag blijven. Want die ene maandag, toen ik er beroerd uitzag maar tikte als een bezetene, voelde ik me onoverwinnelijk. Heel even had ik ze weer, die idealen, die drive, die geestdrift. Ik was weer wie ik was toen ik 25 was. Ik schreef weer voor mijn visie. Die dag had ik gelukkig dood kunnen gaan.
20.10.05 12:17


 [volgende pagina]




De auteur is aansprakelijk en verantwoordelijk voor de inhoud van zijn of haar eigen weblog. neem een gratis weblog op 20six.nl!